Aangiftebrief Inkomstenbelasting 2019

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

In deze aangiftebrief vind je de meest in het oog springende zaken waarop je attent moet zijn bij de aangifte IB 2019. We richten ons op de wijzigingen uit de Belastingplannen 2019 en op enkele zaken waarop je ieder jaar extra alert moet zijn.

Uitnodiging aangifte doen digitaal en per post

Je hebt onlangs de uitnodiging ontvangen voor het doen van de IB-aangifte 2019. Die uitnodiging kwam ook dit jaar zowel via de post met de bekende blauwe envelop, als digitaal via jouw persoonlijke Berichtenbox op MijnOverheid. Op termijn wordt de papieren uitnodiging helemaal vervangen door de digitale uitnodiging via jouw Berichtenbox.

Laat de voor-ingevulde aangifte controleren en aanvullen

De Belastingdienst vult de aangifte al voor een groot deel in. Zo zijn de jaaropgaven van jouw loon, pensioen, lijfrentetermijnen en andere uitkeringen al ingevuld. Dat geldt ook voor de WOZ-waarde van de eigen woning, de aftrekbare hypotheekrente en het saldo van de hypotheekschuld. Ook banksaldi en de (waarde) van andere vermogensbestanddelen in box 3 zijn al ingevuld. Toch is het zinvol om alle voor-ingevulde gegevens goed te (laten) controleren. Er wordt nog weleens een foutje gemaakt of de gegevens zijn niet compleet. Jij bent en blijft zelf verantwoordelijk en aansprakelijk voor de aangifte, ook als de Belastingdienst onjuiste gegevens heeft opgenomen. Daarnaast moet je de aangifte nog aanvullen met de niet voor-ingevulde gegevens die van toepassing zijn op jouw inkomenssituatie. Dat kunnen bijvoorbeeld aftrekposten zijn zoals giften, ziektekosten, studiekosten en betaalde partneralimentatie.

Te veel gedoe?

Ondanks de voor-ingevulde aangifte kan het toch nog een hele klus zijn om de aangifte IB 2019 volledig en correct ingevuld te krijgen. Vind je het te veel gedoe? Wij doen het graag voor je. Je levert daartoe de relevante gegevens voor jouw IB-aangifte 2019 bij ons aan en wij controleren de voor-ingevulde gegevens en vullen de aangifte waar nodig aan. Dienen we de aangifte vóór 1 april 2020 in, dan ben je er in ieder geval zeker van dat je vóór 1 juli 2020 bericht krijgt van de Belastingdienst.

Aangiftegegevens IB 2019

Lager eigenwoningforfait

Het eigenwoningforfait is in 2019 verlaagd van 0,70% naar 0,65% voor eigen woningen met een WOZ-waarde tussen de € 75.000 en € 1.080.000. Je hoeft dus minder bij te tellen voor de eigen woning. Het eigenwoningforfait wordt berekend over de WOZ-waarde van je woning. Die is waarschijnlijk gestegen. Per saldo ben je daardoor mogelijk niets opgeschoten met de verlaging van het eigenwoningforfait.

Weer minder hypotheekrenteaftrek

Heb je een hypotheek voor een woning die jouw hoofdverblijf is, dan kun je die rente in aftrek brengen. Maar ben je op of na 1 januari 2013 voor het eerst een nieuwe hypotheek aangegaan? In dat geval moet je aflossen op de eigenwoningschuld. Die schuld neemt daardoor jaarlijks af. Je betaalt dus ieder jaar minder rente en dus heb je ook minder renteaftrek.
De renteaftrek neemt ook jaarlijks af als je inkomen hebt dat wordt belast in de hoogste belastingschijf van 51,75%*). Het maximale tarief waartegen je de kosten van de eigen woning kunt aftrekken, gaat in dat geval namelijk met 0,5% omlaag en bedraagt 49% in 2019.

*) Let op
De inkomensgrens waarbij in 2019 de derde tariefschijf van 38,10% overgaat in de vierde tariefschijf van 51,75% is € 68.507. Deze inkomensgrens blijft ongewijzigd tot en met 2021.

Start afbouw aftrek geen of kleine eigenwoningschuld

Vorig jaar is gestart met de geleidelijke afschaffing in 30 jaar van de regeling waarbij je geen eigenwoningforfait hoeft bij te tellen bij je inkomen als je geen of slechts een kleine hypotheek hebt. De aftrek wordt jaarlijks met 31/3% verlaagd. In 2019 heb je dus geen 100% aftrek meer maar 96,2/3%. Houd hiermee rekening.

Scholinguitgaven langer aftrekbaar

De aftrek van scholingsuitgaven wordt vervangen door een individuele leerrekening. Dit wordt een niet fiscale subsidieregeling: het STAP-budget (Stimulans van de Arbeidsmarktpositie). Lange tijd zag het er naar uit dat 2019 het laatste jaar zou zijn, waarin je deze kosten kunt aftrekken. Inmiddels is duidelijk geworden dat het UWV het STAP-budget pas vanaf 2022 kan uitvoeren. Tot die tijd kan je nog gebruikmaken van de aftrek scholingsuitgaven.

Doe opgave (gewijzigde) eigenwoninglening bij familie of bv

Heb je in 2019 een woning gekocht met een lening van jouw familie, een derde of van jouw eigen bv? In dat geval kan je de rente alleen in aftrek brengen op je box-1-inkomen als je de gegevens over die lening aangeeft in de IB-aangifte 2019. Deze renseigneringsplicht voor leningen van niet-administratieplichtigen geldt alleen voor leningen die op of na 1 januari 2013 zijn aangegaan en waarop je jaarlijks verplicht moet aflossen.

Let op
Heb je op of na 1 januari 2013 een eigenwoninglening bij jouw familie gesloten of bij een derde of jouw eigen bv en heb je die lening in 2019 gewijzigd? Ook dit moet je aangeven in de IB-aangifte 2019.

Rente weer aftrekbaar na betalingsachterstand eigenwoningschuld

Eigenwoningschulden die op of na 1 januari 2013 zijn aangegaan, moeten jaarlijks ten minste annuïtair worden afgelost. Een betalingsachterstand is tijdelijk toegestaan, maar haal je die achterstand niet binnen de gestelde termijnen in, dan verhuist de eigenwoningschuld naar box 3. Daarmee vervalt tijdelijk de renteaftrek. De eigenwoningschuld keert weer terug naar box 1 als je weer aan de aflossingseis voldoet. Je mag de rente dan weer in aftrek brengen in de IB-aangifte.

Vrijstelling KEW, SEW en BEW verminderen met vrijstelling box 3-polis

Er geldt in box 1 een vrijstelling voor een kapitaalverzekering eigen woning (KEW) of een spaarrekening eigen woning (SEW) of een beleggingsrecht eigen woning (BEW). Dat wil zeggen dat onder voorwaarden de uitkering uit deze producten is vrijgesteld in box 1. Tijdens de looptijd van de KEW-polis, SEW of BEW hoef je ook geen belasting te betalen in box 3 over de waarde van de polis, de spaarrekening of de waarde van het beleggingsrecht.

Heb je in verleden naast een KEW, SEW of een BEW ook nog een kapitaalverzekering van vóór 14 september 1999 gehad? Deze polis valt in box 3 en is ook vrijgesteld, zowel tijdens de opbouwfase als op het moment dat deze kapitaalverzekering tot uitkering komt. Heb je in het verleden deze vrijstelling in box 3 bij uitkering benut? In dat geval moet je, als de KEW, SEW of de BEW in box 1 in 2019 tot uitkering is gekomen, de vrijstelling in box 1 (maximaal € 166.000 per belastingplichtige) verminderen met de in het verleden benutte vrijstelling in box 3. Je moet dit aangeven in de IB-aangifte 2019.

Uitkering eigenwoningpolissen ook bij tussentijdse aflossing eigenwoningschuld vrijgesteld

Heb je een KEW, BEW of SEW of een box-3-kapitaalverzekering? Je kunt dan bij uitkering ook gebruikmaken van de vrijstelling in box 1 als je minder dan 15 of 20 jaar premie of inleg hebt betaald. De eis van tenminste 15 (lage vrijstelling) of 20 (hoge vrijstelling) jaar premie of inleg betalen, is namelijk vervallen. Heb je in 2019 met het gespaarde of belegde vermogen in een van deze spaar- of beleggingshypotheken tussentijds (een deel van) jouw eigenwoningschuld afgelost? Dan kun je dus ook de vrijstelling benutten.

Let op
Het tussentijds beëindigen van de eigenwoningpolissen is niet altijd aan te raden, dus schakel sowieso een adviseur in als je dit overweegt.

Dubbele vrijstelling voor polissen op verzoek ook bij ontbreken dubbele begunstiging

Ben je fiscale partners van elkaar en willen jullie bij leven gebruikmaken van de dubbele vrijstelling bij een zogenoemde Brede Herwaarderingspolis, KEW, SEW, of BEW? In dat geval moeten jullie allebei begunstigden zijn. Maar zijn jullie die dubbele begunstiging vergeten, dan kunnen jullie de dubbele vrijstelling toch benutten door bij de IB-aangifte een gezamenlijk verzoek te doen, waardoor de uitkering bij ieder van jullie voor de helft opkomt. Je benut vervolgens dan ieder jouw eigen vrijstelling.

Check dubbele renteaftrek na de tijdelijke verhuur

Heb je een niet-verkochte woning die je inmiddels tijdelijk verhuurt. Na de periode van tijdelijke verhuur, herleeft het recht op de dubbele renteaftrek voor de resterende termijn, waarin de renteaftrek nog is toegestaan. Die termijn is 3 jaar. Check na de tijdelijke verhuur of die termijn is verstreken. Is dat het geval, dan heb je geen recht meer op dubbele renteaftrek.

Aftrek lijfrentepremie

Heb je een pensioentekort, dan kun je hiervoor een aanvullend inkomen regelen. Bijvoorbeeld door bij een verzekeraar een lijfrentepolis te sluiten of bij een bank een lijfrentebankspaarproduct. De lijfrentepremie die je in 2019 hebt betaald, kun je aftrekken in de aangifte IB 2019.

Benut de levensloopverlofkorting

Heb je in 2019 (een deel van) jouw levenslooptegoed opgenomen voor bijvoorbeeld een sabbatical. Die opname is belast in box 1, maar je kunt gebruikmaken van de levensloopverlofkorting. Dit is een korting op de box-1-belasting. Omdat de belastingheffing over de opname van jouw levenslooptegoed via jouw werkgever loopt, kan het zijn dat hij/zij de levensloopverlofkorting daarop al heeft toegepast. Maar is dat nog niet gebeurd, dan moet je die zelf nog invullen in de aangifte IB 2019.

Let op juiste verdeling box-3-vermogen

Het heffingsvrij vermogen in box 3 bedraagt voor 2019 € 30.360 per belastingplichtige. De staffel met jaarlijks veranderende fictieve rendementspercentages ziet er voor 2019 als volgt uit:

Belastbaar vermogen Fictief rendementspercentage
€ 71.651 1,94%
€ 71.651 – € 989.737 4,45%
Boven € 989.736 5,60%

 

De forfaitaire rendementen in box 3 lopen op naarmate je meer box-3-vermogen hebt (zie de tabel). Over de forfaitaire rendementen betaal je 30% box-3-heffing. Het is dus van belang om het vermogen tussen jou en jouw partner te verdelen. Heb je bijvoorbeeld een box-3-vermogen van € 130.000, dan is het verstandig om dit zo over jullie beiden te verdelen, dat bij ieder van jullie het forfaitaire rendementspercentage van 1,94% van toepassing is. Verdeel je niet, dan bedraagt dat percentage 4,45% voor zover het belastbare box-3-vermogen (dus na aftrek van het heffingsvrije vermogen) meer bedraagt dan € 71.651.

Cryptovaluta

Heb je als particulier cryptovaluta, dan moet je die in de IB-aangifte aangeven in het box-3-vermogen tegen de waarde in het economisch verkeer per 1 januari 2019. Dat is de koerswaarde bij het platform waar je de cryptovaluta hebt gekocht.