Actiepunten voor de ondernemer 2020

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Het einde van het jaar is in zicht. Daarom hebben wij de actiepunten eind 2020 voor de ondernemer onder elkaar gezet. Hierin hebben we belangrijke thema’s uit de Belastingplannen 2021 en andere wet- en regelgeving overzichtelijk op een rij gezet met praktische actiepunten, waarmee u zich kunt voorbereiden op de nieuwe regels en het einde van bestaande regels.

Inhoudsopgave

Vraag of verleng tijdig uitstel van betaling
Check uw voorlopige aanslag
Benut de bestaande zelfstandigenaftrek
Anticipeer op verhoging OVB bij aankoop bedrijfspand
Langer Tozo aanvragen zonder vermogenstoets
Maak nog maximaal gebruik van de TVL
Herinvesteren of desinvesteren of juist niet?
KOR of niet?
Anticipeer op aftrekvermindering
Spreiden investeringen voor meer KIA
Voorkom dat oude verliezen niet meer verrekenbaar zijn
Einde overgangsperiode Brexit nadert: bent u klaar voor 2021?
Einde openstelling Klein krediet corona (KKC) in zicht
Deadline uitgebreide GO-regeling nadert
Pas tijdig uw franchiseovereenkomst aan

Vraag of verleng tijdig uitstel van betaling

Tot 1 januari 2021 kunt u bijzonder uitstel van betaling aanvragen vanwege de coronacrisis, zonder dat daarvoor aanvullende voorwaarden gelden. U krijgt dan uitstel voor de betaling van de onbetaalde belastingen, waarvoor u vanaf 12 maart 2020 aangifte hebt gedaan en/of aanslagen hebt ontvangen. Hebt u al uitstel gekregen en eindigt dit voor het einde van dit jaar, dan kunt u dit uitstel tot en met 31 december 2020 laten verlengen als u nog steeds in financieel zwaar weer verkeert door de voortdurende coronacrisis. Voor deze verlenging gelden wel aanvullende voorwaarden. U hoeft pas vanaf 1 juli 2021 te beginnen met het aflossen van de tot eind 2020 opgebouwde belastingschuld. U mag daar dan 36 maanden (tot uiterlijk 1 juli 2024) over doen. Dat is 12 maanden langer dan eerst was voorgesteld. In het voorjaar van 2021 krijgt u een brief van de Belastingdienst met een voorstel voor een betalingsregeling.

Let op
Als u bijzonder uitstel van betaling hebt aangevraagd, moet u wel op tijd aangifte blijven doen!

Check uw voorlopige aanslag

Maakt u bijvoorbeeld door de coronacrisis minder winst en heeft u daarom de Belastingdienst verzocht om uw voorlopige aanslag inkomstenbelasting te verminderen? Dan betekent dit dat u maandelijks minder belasting betaalt. Maar als achteraf blijkt dat uw inschatting van de winst over 2020 te voorzichtig was, dan heeft u te weinig belasting betaald en moet u bij de definitieve aanslag inkomstenbelasting bijbetalen. Zeker in het geval u in de loop van het jaar toch weer winst hebt gemaakt, doet u er verstandig aan om uw voorlopige aanslag te (laten) controleren en mocht dat nodig zijn de Belastingdienst te verzoeken om de aanslag opnieuw bij te stellen. Zo voorkomt u dat u bij de definitieve aanslag moet bijbetalen, eventueel verhoogd met 4% belastingrente.

Benut de bestaande zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek (nu maximaal € 7.030) wordt – als ook de Eerste Kamer hiermee instemt – vanaf volgend jaar verder afgebouwd. Tot en met 2027 met € 360 per jaar en in 2028 met € 390. In 2021 bedraagt de zelfstandigenaftrek maximaal € 6.670.

Na 2028 daalt de aftrek met € 110 per jaar, zodat de aftrek uiteindelijk in 2036 nog maximaal € 3.240 bedraagt. Vorig jaar werd nog beslist dat de zelfstandigenaftrek niet verder zou worden verminderd dan tot € 5.000 in 2028.

Anticipeer op verhoging OVB bij aankoop bedrijfspand

Koopt u in 2020 een bedrijfspand, dan bent u over de koopsom 6% overdrachtsbelasting (OVB) verschuldigd. Als de Eerste Kamer instemt met de voorgestelde tariefsverhoging, dan gaat dit OVB-tarief volgend jaar omhoog naar 8%. Dat is 1% meer dan waartoe vorig jaar al was besloten. Bent u van plan om te investeren in vastgoed, overweeg dan om dat dit jaar nog te doen. Daarmee kunt u veel geld besparen. Er is wel haast geboden, want u moet ervoor zorgen dat het pand in 2020 nog aan u is overgedragen én geleverd.

Langer Tozo aanvragen zonder vermogenstoets

De coronacrisis duurt voort en daarom kunt u nog tot 1 juli 2021 gebruikmaken van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo 3.0), mits u aan de voorwaarden voldoet. Tozo 3.0 bestaat – net als Tozo 1.0 en Tozo 2.0 – uit een inkomensaanvulling tot het sociaal minimum en een lening voor bedrijfskapitaal van maximaal € 10.157 tegen een rente van 2%. U kunt Tozo 3.0 aanvragen bij uw woongemeente. Voor de maanden oktober 2020 tot en met maart 2021 kunt u de inkomensaanvulling aanvragen zonder dat er een beperkte vermogenstoets wordt uitgevoerd. Vanaf 1 april 2021 wordt met de invoering van de vermogenstoets Tozo 3.0 weer geleidelijk omgezet naar de reguliere bijstandsverlening voor zelfstandig ondernemers. Deze regeling is vastgelegd in het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz). Het Bbz biedt een vangnet voor ondernemers die hun bedrijf willen voortzetten en voor ondernemers die hun bedrijf willen beëindigen.

Maak nog maximaal gebruik van de TVL

U kunt naast de Tozo 3.0 ook tot 1 juli 2021 nog gebruikmaken van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL), mits u aan de voorwaarden voldoet. Deze belastingvrije tegemoetkoming bedraagt maximaal € 90.000 per bedrijf per drie maanden. Tot het einde van dit jaar kunt u nog maximaal gebruikmaken van deze tegemoetkoming bij een omzetverlies van 30%. Vanaf 1 januari 2021 wordt de omzetdervingsgrens tot 1 april 2020 verhoogd naar 40%. Daarna tot en met 30 juni 2021 gaat deze grens verder omhoog naar 45%. De overige voorwaarden voor de TVL blijven ongewijzigd: zo blijft het percentage van de vaste kosten dat de TVL vergoedt maximaal 50%.

Tijdig aanvragen
De tegemoetkoming is steeds per drie maanden aan te vragen. Aanvragen voor de periode 1 oktober t/m 31 december 2020 kunt u nog tot en met 29 januari 2021 indienen bij de RVO met eHerkenning niveau 1 (of hoger) of uw DigiD. U kunt de aanvraag ook uitbesteden aan uw adviseur, mits u hem of haar daartoe hebt gemachtigd met een ketenmachtiging.

Let op
De TVL is sinds kort opengesteld voor álle bedrijven. Was u uitgesloten van deze regeling, dan kunt u nu wel een aanvraag indienen als u aan de voorwaarden voldoet. Maar let op, deze uitbreiding geldt alleen voor het laatste kwartaal van 2020!

Extra tegemoetkoming voor voorraad- en aanpassingskosten horeca
Hebt u een horecabedrijf, dan hebt u waarschijnlijk voorraden aangelegd die u door de verplichte sluiting niet meer kunt gebruiken. Ook hebt u mogelijk investeringen gedaan om in de winter te kunnen voldoen aan de RIVM-regels, zodat u ook dan helemaal coronaproof bent. Denk bijvoorbeeld aan het overkappen van uw terras. Nu u tijdelijk verplicht gesloten bent, kunt u voor deze uitgaven een extra tegemoetkoming krijgen van ongeveer 2,75% van het verlies aan omzet. Gemiddeld gaat het om € 2.500. U kunt deze extra tegemoetkoming aanvragen via de TVL-aanvraag.

Extra steun evenementenbranche
Heel veel evenementen zijn door de coronacrisis niet doorgegaan. Muziek- en dancefestivals, maar ook bloemencorso’s en kermissen werden massaal afgeblazen. De evenementenbranche is vaak seizoensgebonden; voor haar omzet is zij grotendeels afhankelijk van de zomermaanden. Dat levert schommelingen op in de omzet die een vertekend beeld kunnen geven bij de berekening van de TVL. Daarom kan er een eenmalige extra vergoeding worden gekregen, die is gebaseerd op de TVL-vergoeding van de zomer. Dat levert evenementenondernemers gemiddeld ongeveer € 14.000 extra vergoeding op.

Herinvesteren of desinvesteren of juist niet?

Heeft u in het verleden een herinvesteringsreserve gevormd van de winst bij verkoop van een bedrijfsmiddel? Controleer dan of dit jaar het laatste jaar is, waarin u de reserve moet gebruiken. Dat moet immers binnen drie jaar na het jaar waarin u de herinvesteringsreserve hebt gevormd. Is dat het geval, zorg er dan voor dat u dit jaar nog investeert en voorkom dat u de reserve aan de belastbare winst moet toevoegen.

Uitzondering
Er bestaat hierop een uitzondering, waar u dit jaar mogelijk baat bij heeft. U wordt namelijk niet strikt aan de herinvesteringstermijn van drie jaar gehouden, als u al een begin van uitvoering hebt gegeven aan de aanschaf van een vervangend bedrijfsmiddel of al voortbrengingskosten hebt gemaakt, maar de uitvoering is vertraagd door een bijzondere omstandigheid. De coronacrisis kwalificeert doorgaans namelijk als bijzondere omstandigheid.

Desinvesteren of niet
Hebt u bedrijfsmiddelen waarvoor u investeringsaftrek hebt gehad, voorkom dan een desinvesteringsbijtelling. Daarmee krijgt u te maken als u deze bedrijfsmiddelen verkoopt binnen vijf jaar na het begin van het jaar, waarin u de aftrek hebt geclaimd. Ook als u binnen die termijn een handeling verricht die met verkoop gelijk te stellen is – u brengt bijvoorbeeld een bedrijfsmiddel over naar uw privévermogen – krijgt u hiermee te maken.

Actiepunt
Check altijd eerst de investeringsdatum, voordat u tot desinvesteren overgaat. Wellicht moet u dat pas in 2021 doen.

KOR of niet?

Verwacht u dat uw jaaromzet de komende jaren onder de € 20.000 blijft? Dan kan het interessant zijn om u aan te melden voor de kleineondernemersregeling (KOR). U bent dan vrijgesteld van btw en u heeft minder administratieve verplichtingen. Zo hoeft u geen btw-aangifte meer te doen. Om per 1 januari 2021 deel te nemen aan deze regeling, moet uw aanmelding uiterlijk 3 december a.s. binnen zijn bij de Belastingdienst.

Afwegingen
Deelname aan de KOR kan voor u voordelig zijn als u jaarlijks btw moet betalen of als uw afnemers de btw niet in aftrek kunnen brengen. De vrijstelling maakt uw producten of diensten voor hen dan in beginsel goedkoper. Krijgt u jaarlijks btw terug of kunnen uw afnemers de btw in aftrek brengen, dan is deelname meestal niet interessant. Ook als uw omzet ieder jaar sterk wisselt en u niet zeker bent dat uw omzet onder de drempel van € 20.000 blijft, is deelname niet verstandig. Zodra uw omzet in een kalenderjaar namelijk boven de € 20.000 komt, vervalt de KOR en kunt u 3 jaar lang niet meer deelnemen. Laat u bij uw afwegingen adviseren door een btw-adviseur.

Anticipeer op aftrekvermindering

Sinds dit jaar wordt de ondernemersaftrek beperkt voor ondernemers met een inkomen in de hoogste belastingschijf (meer dan € 68.507). Tot de ondernemersaftrek worden gerekend: de zelfstandigenaftrek, de aftrek speur- en ontwikkelingswerk, de meewerkaftrek, de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid, de stakingsaftrek, de mkb-winstvrijstelling en de tbs-vrijstelling. Al deze aftrekposten zijn dit jaar nog aftrekbaar tegen 46%, maar in 2021 nog maar tegen 43%. Dit percentage gaat jaarlijks met 3% omlaag, zodat in 2023 al deze aftrekposten nog slechts aftrekbaar zijn tegen het tarief van de eerste schijf van 37,03%.

Actiepunt
Heeft u inkomen dat wordt belast in de hoogste belastingschijf, zorg er dan voor dat u dit jaar zo maximaal mogelijk profiteert van de ondernemersaftrek. Wellicht kunt u aftrekposten naar voren halen. Vraag uw adviseur naar de mogelijkheden.

Spreiden investeringen voor meer KIA

Het is ook zinvol om voor het optimaal benutten van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) te bekijken of u bepaalde investeringen nog in 2020 moet doen of dat u die beter kunt doorschuiven naar 2021. Het spreiden van investeringen kan u meer KIA opleveren. Investeert u tussen € 2.400 en € 58.238, dan krijgt u hierover 28% KIA. U kunt voor een totale investering tussen € 58.238 en € 107.848 een vast bedrag claimen van € 16.307. Voor investeringen van in totaal tussen € 107.848 en € 323.544 neemt dit vaste bedrag geleidelijk af. Boven een investeringsbedrag van € 323.544 krijgt u geen KIA meer. Spreiden van de investeringen over twee jaren is dan dus altijd voordeliger.

Voorkom dat oude verliezen niet meer verrekenbaar zijn

Heeft u in het verleden verliezen geleden, dan kunt u die in de inkomstenbelasting verrekenen met winsten van de voorafgaande 3 jaar of met de winsten van de 9 volgende jaren. Dit betekent dat verliezen uit 2011 na 31 december 2020 niet meer verrekenbaar zijn. Door tijdig actie te ondernemen, kunt u (een deel van) de verliezen wellicht toch nog verrekenen. Dat kan bijvoorbeeld door omzet naar voren te halen, stille reserves in bedrijfsmiddelen te realiseren of uitgaven uit te stellen. Uw adviseur kan voor u onderzoeken welke mogelijkheden u nog heeft.

Einde overgangsperiode Brexit nadert: bent u klaar voor 2021?

De Brexit was op 29 januari jl. een feit, maar er is een overgangsregeling overeengekomen die ervoor zorgt dat er dit jaar nog weinig verandert. Maar deze overgangsregeling eindigt aan het eind van het jaar ongeacht of er wel of niet nog een handelsakkoord wordt gesloten tussen de EU en het VK. Dit betekent dat het VK een derde land zal zijn voor de EU, waarvoor andere regels gelden dan voor een EU-lidstaat.

Douaneformaliteiten zullen meer kosten met zich meebrengen en het zal naar verwachting ook meer tijd in beslag nemen om goederen van de EU naar het VK en andersom te vervoeren. Ook is het niet ondenkbaar dat er douanerechten en quota komen op de goederenstroom tussen het VK en de EU-lidstaten. Feit is dat u zich op het einde van de overgangsregeling moet voorbereiden.

Vraag artikel 23-vergunning aan
Importeert u veel goederen uit het VK? Vraag dan een zogenoemde ‘artikel 23-vergunning’ aan. Die vergunning gebruikt u bij import uit een niet-EU-land. Zoals het er nu naar uitziet, wordt het VK vanaf 1 januari 2021 een niet-EU-land (derde land). Bent u in het bezit van een artikel 23-vergunning, dan hoeft u de btw op de geïmporteerde goederen uit het VK niet bij de inklaring aan de douane te betalen. Die btw wordt dan verlegd naar uw btw-aangifte. In dezelfde aangifte kunt u de btw dan als voorbelasting in aftrek brengen, mits u de goederen voor btw-belaste prestaties gebruikt.

Let op
Noord-Ierland behoort tot het VK. Hoewel Noord-Ierland in juridische zin de EU heeft verlaten, blijven de btw-regels van de EU daar ook na 1 januari 2021 gelden.

Actiepunt
Wilt u weten of, en wat u precies moet regelen om goed voorbereid 2021 in te gaan, kijk dan op het Brexitloket.nl. Daar vindt u onder meer de Brexit-impact-scan, waarmee u kunt nagaan welke gevolgen de Brexit heeft voor uw bedrijf en of u op koers ligt met de voorbereidingen.

Einde openstelling Klein krediet corona (KKC) in zicht

U kunt als MKB-ondernemer gebruikmaken van de garantieregeling Klein Krediet Corona (KKC) als uw kredietbehoefte tussen de € 10.000 en € 50.000 ligt. De overheid staat met deze garantieregeling voor 95% borg voor de leningen van financiers aan in Nederland gevestigde MKB-bedrijven. U komt voor deze regeling in aanmerking als uw bedrijf aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • een omzet vanaf € 50.000;
  • voldoende winstgevend zijn geweest voor de coronacrisis;
  • op 1 januari 2019 ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel.

De financiers die de KKC aanbieden mogen hiervoor aan u maximaal 4% van het kredietbedrag aan kosten in rekening brengen. U betaalt daarnaast eenmalig 2% premie aan de overheid. De maximale looptijd van het KKC is 5 jaar. De KKC loopt tot 1 januari 2021 en loopt via uw geldverstrekker. Hij of zij kan tot uiterlijk 15 december 2020 kredietaanvragen indienen bij de RVO.

Deadline uitgebreide GO-regeling nadert

De Garantie Ondernemersfinancieringsregeling (GO- regeling) is tot 1 januari 2021 uitgebreid met de Garantie ondernemingsfinanciering uitbraak coronavirus (GO-C). Deze regeling is bedoeld om bedrijven te voorzien van werkkapitaal of liquiditeiten om investeringen te kunnen doen. Uw MKB-bedrijf komt alleen voor de regeling in aanmerking als u op 31 december 2019 financieel gezond was. De overheid staat garant voor maximaal 90% van de (niet achtergestelde) lening aan uw onderneming. De leningen en garanties hebben een looptijd van zes jaar en bedragen minimaal € 1,5 miljoen en maximaal € 150 miljoen. De hoogte van de lening wordt bepaald op basis van uw loonsom (2x), omzet (25%) of liquiditeitsplanning. U moet de lening per kwartaal aflossen, waarbij de eerste aflossing van een MKB-onderneming uiterlijk moet plaatsvinden 18 maanden na de verstrekking.
De GO-C-regeling loopt via uw geldverstrekker, die tot 15 december 2020 aanvragen kan indienen bij de RVO.

Pas tijdig uw franchiseovereenkomst aan

Vanaf 1 januari 2021 treedt de nieuwe Wet franchise in werking. Alle franchiseformules, franchisegevers, franchisenemers en de franchiseovereenkomsten zullen dan moeten voldoen aan de bepalingen uit deze nieuwe wet. Zo verplicht de nieuwe wet franchisegevers om informatie te verstrekken aan de franchisenemer vóór en na het sluiten van de franchiseovereenkomst. De franchisenemer heeft de plicht om de franchisegever tijdig te informeren over zijn financiële positie. Ook moet hij of zij vóór het sluiten van de overeenkomst zelf onderzoek verrichten en zich eventueel laten begeleiden door een deskundige.

Betere bescherming franchisenemer
De franchisenemer wordt vanaf 1 januari 2021 beter beschermd, doordat in de wet een bedenktijd van vier weken is opgenomen vanaf het moment van ontvangst van alle relevante gegevens en het sluiten van de franchiseovereenkomst. Ook moet de franchisegever de franchisenemer informeren over voorgenomen wijzigingen in de franchiseformule en kan hij of zij deze niet eenzijdig zonder overleg met de franchisenemer doorvoeren als de wijziging nadelige gevolgen heeft voor de franchisenemer. In de franchiseovereenkomst moet vastliggen dat wijzigingen van de overeenkomst alleen zijn toegestaan na voorafgaande overeenstemming en dat deze schriftelijk moeten zijn overeengekomen. Ook moet er een specifieke bepaling zijn opgenomen over de vaststelling van de ‘goodwill’-vergoeding.

Een andere belangrijke verbetering is dat de beperking van concurrerende activiteiten na afloop van de franchiseovereenkomst, aan banden wordt gelegd. Dit postcontractuele non-concurrentiebeding moet schriftelijk zijn vastgelegd en mag alleen betrekking hebben op goederen en/of diensten die concurreren met de goederen en/of diensten, waar de franchiseovereenkomst betrekking op heeft.

Daarnaast gelden de volgende voorwaarden:

  • de duur van de beperking is maximaal 1 jaar na het einde van de franchiseovereenkomst;
  • de geografische reikwijdte wordt beperkt tot het gebied waarbinnen de franchisenemer de formule van de franchisegever op grond van de franchiseovereenkomst heeft geëxploiteerd; en
  • de beperking moet nodig zijn om de aan de franchisenemer overgedragen kennis te beschermen.

Bestaande én nieuwe overeenkomsten
De wijzigingen gelden voor bestaande én voor nieuwe overeenkomsten. Voor franchiseovereenkomsten die vóór het tijdstip van het in werking treden van de Wet franchise zijn gesloten, geldt een overgangsperiode van 2 jaar voor de bepaling inzake het postcontractuele non-concurrentiebeding, de goodwill-vergoeding en de instemmingsvereiste voor wijzigingen in de franchiseformule. Voor de rest moeten dus ook bestaande overeenkomsten per 1 januari 2021 voldoen aan de Wet franchise. Nieuwe overeenkomsten moeten direct volledig voldoen aan de wet.

Actiepunt
Maakt u gebruik van een franchiseovereenkomst, zorg er dan voor dat u de bepalingen in de franchiseovereenkomst tijdig hebt aangepast.