Einde levensloopregeling nadert

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Werknemers die hun levenslooptegoed niet vóór 1 november 2021 hebben opgenomen, moeten over het tegoed in één keer afrekenen met de Belastingdienst. De bank of instelling waarbij de werknemers het levenslooptegoed aanhouden, moeten over het tegoed loonheffing inhouden en afdragen. Bij opnames tot 1 november 2021 moet de (ex-)werkgever de loonheffing inhouden en afdragen. Deze datum was aanvankelijk 31 december 2021, maar is vervroegd naar 1 november 2021. Hierdoor kunnen de levensloopregelingen voor het einde van 2021 worden afgewikkeld. De bank is geen premies werknemersverzekeringen en geen inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd over het levenslooptegoed. Maar als de werknemer het tegoed vóór 1 november 2021 opneemt, blijft de (ex-)werkgever inhoudingsplichtig voor de loonheffing. Ook is de werkgever dan wel premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet verschuldigd. Het kan dus voordelig zijn voor de werkgever als de werknemer zijn tegoed niet voor 1 november 2021 opneemt.

Let op

De uitbetaling van het levenslooptegoed kan voor een werknemer gevolgen hebben voor inkomensafhankelijke regelingen, zoals toeslagen.

Verwerking in IB-aangiften

De bank past geen heffingskortingen – dus ook geen levensloopverlofkorting – toe bij de inhouding van de loonheffing. De werknemer kan de heffingskortingen in de aangifte inkomstenbelasting 2021 toepassen. Het tegoed wordt als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking belast volgens de witte tabel voor bijzondere beloningen. Was de werknemer op 1 januari 2021 61 jaar of ouder, dan wordt de levensloopuitkering aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking en belast volgens de groene tabel bijzondere beloningen.

Tip

De enige mogelijkheid om aan directe belastingheffing over het tegoed te ontkomen, is de levensloopaanspraak omzetten in een pensioenaanspraak. De pensioenregeling van de betrokken werknemer moet dan wel voldoende fiscale ruimte bieden om de extra storting vanuit het levenslooptegoed op te kunnen vangen.