Intrekking ‘Verklaring geen privégebruik auto’ – wat betekent dit voor u?

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Als uw werknemer met een ter beschikking gestelde auto maximaal 500 km per kalenderjaar privé rijdt, kan hij of zij een ‘Verklaring geen privégebruik auto’ bij de Belastingdienst aanvragen. Desgevraagd moet uw werknemer overtuigend kunnen bewijzen dat hij of zij maximaal 500 kilometer per kalenderjaar privé heeft gereden. U bewaart een kopie van de ‘Verklaring geen privégebruik auto’ bij uw administratie en stopt de bijtelling vanaf het eerstvolgende loontijdvak waarover u het loon moet berekenen. De bijtelling voor loontijdvakken waarvoor de werknemer al loon heeft gekregen, mag u niet corrigeren. Maar wat als uw werknemer zijn verklaring weer intrekt?

Intrekken en naheffen bij de werknemer

Als uw werknemer met een ‘Verklaring geen privégebruik auto’ in de loop van het kalenderjaar meer dan 500 km privé gaat rijden, moet hij of zij dit zo snel mogelijk doorgeven aan de Belastingdienst. Uw werknemer moet de verklaring dan intrekken met het online formulier ‘Verklaring geen privégebruik auto: intrekken’. Ook informeert hij of zij u zo snel mogelijk hierover. Na de intrekking van de verklaring ontvangt u een brief van de Belastingdienst met de benodigde informatie voor de aangifte loonheffingen. Omdat uw werknemer in het kalenderjaar meer dan 500 kilometer privé rijdt, geldt de bijtelling voor het gehele kalenderjaar waarin uw werknemer de auto ter beschikking heeft. Dus ook voor de maanden waarin hij of zij de verklaring nog wel had.

U moet de bijtelling toepassen vanaf het moment dat u op de hoogte bent van de intrekking van de verklaring. Dit hoeft u niet met terugwerkende kracht te doen. Voor de maanden waarin u niet heeft bijgeteld, ontvangt uw werknemer een naheffingsaanslag voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen, maar ook voor de premies werknemersverzekeringen en bijdrage Zorgverzekeringswet, die normaal gesproken door u worden betaald.