Prinsjesdag 2019: de belangrijkste ontwikkelingen voor alle belastingbetalers

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

We hebben de meest belangrijke zaken uit de belastingplannen 2020 en andere nieuwe wetgeving voor je verzameld. Lees hier de belangrijkste ontwikkelingen voor alle belastingbetalers.

Sneller naar twee tariefschijven

De tariefschijven in de loon- en inkomstenbelasting worden al in 2020 teruggebracht naar twee schijven: een schijf van 37,35% en een schijf van 49,5%. Vorig jaar was besloten dat het tweeschijvensysteem pas in 2021 zou ingaan, maar daarvan komt het kabinet nu terug. De tweede schijf begint bij een inkomen vanaf € 68.507. Dit beginpunt van de tweede schijf wijzigt niet tot en met 2021. Het kabinet houdt wel vast aan de vorig jaar aangenomen afbouw van aftrekposten in hoogste belastingschijf. Valt uw inkomen in de hoogste belastingschijf? In dat geval zijn eventuele aftrekposten, zoals hypotheekrente, nog tegen een tarief van 46% (in plaats van 49%) aftrekbaar. Vanaf 2023 bedraagt de aftrek maximaal 37,05%.

Berichten Belastingdienst per post of elektronisch ontvangen

U krijgt de keuze of u de berichten van de Belastingdienst elektronisch of per post wilt ontvangen. U kunt uw keuze wijzigen zo vaak als u wilt, behalve als u ook ondernemer bent. De berichten van de Douane vallen niet onder deze keuzeregeling. Het is overigens nog niet precies duidelijk wanneer de regeling wordt ingevoerd.

Hogere heffingskortingen

De algemene heffingskorting wordt in twee stappen extra verhoogd. In 2020 bedraagt de extra verhoging € 78 en in 2021 € 2. De maximale algemene heffingskorting bedraagt daardoor in 2020 € 2.711 en in 2021 € 2.801. Daarnaast wordt ook de arbeidskorting stapsgewijs verhoogd.

Afschaffing aftrek scholingsuitgaven

De aftrek scholingsuitgaven wordt vervangen door een individuele leerrekening. Dit wordt een niet fiscale subsidieregeling: het STAP-budget (Stimulans van de Arbeidsmarktpositie). Het is echter nog niet duidelijk wanneer deze wijziging in werking treedt. De beoogde inwerkingtreding per 1 januari 2020 wordt in ieder geval niet gehaald.

Geen belastingrente meer voor erfbelasting binnen de aangiftetermijn

U hoeft voortaan geen belastingrente meer te betalen als u verzoekt om een voorlopige aanslag erfbelasting of als de Belastingdienst de aangifte heeft ontvangen binnen de aangiftetermijn en de aanslag erfbelasting wordt vastgesteld overeenkomstig dat verzoek of die aangifte. Het tijdvak waarover belastingrente wordt berekend begint pas na afloop van de geldende aangiftetermijn. Die termijn is in beginsel acht maanden na het overlijden, maar kan op verzoek worden verlengd.

Beëindiging overgangsrecht saldolijfrenten deels van de baan

Bij de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 is er overgangsrecht opgenomen voor de destijds bestaande lijfrenten. Het overgangsrecht voor lijfrenten waarvan de premies geheel of deels niet aftrekbaar waren (saldolijfrenten) eindigt op 1 januari 2021. Daaraan voorafgaand moet over het saldo (de waarde van de lijfrentepolis verminderd met de niet afgetrokken premies) worden afgerekend met de Belastingdienst. Het kabinet stelt echter voor om de beëindiging van het overgangsrecht en de bijbehorende afrekenverplichting alleen door te laten gaan voor de lijfrenten, waarvan de premies in het verleden in het geheel niet aftrekbaar waren. Dit zijn de zogenaamde ‘zuivere saldolijfrentes’. Voor de lijfrentes waarvan de premies deels wel aftrekbaar waren (hybride lijfrentes) wordt het overgangsrecht uit 2001 ook na 2020 voortgezet. Dit geldt ook voor bepaalde buitenlandse pensioenen die ook onder dit overgangsrecht vallen, maar waarvoor dit nooit was bedoeld.

Verlenging BPM-vrijstelling voor emissieloze auto’s

Koopt u nu een nieuwe elektrische auto, dan hoeft u geen aanschafbelasting (BPM) te betalen. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat deze vrijstelling wordt verlengd tot en met 2024. Deze afspraak is overgenomen in de Belastingplannen. In 2025 betaalt u voor de aanschaf van een nieuwe emissieloze auto een vast bedrag van € 360 aan BPM. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd.

Verlenging MRB-vrijstelling voor emissieloze auto’s

Rijdt u nu in een (bestel)auto die geen CO2 uitstoot, dan bent u vrijgesteld van de motorrijtuigenbelasting. Deze vrijstelling zou op 1 januari 2021 vervallen, maar in het Klimaatakkoord is besloten om de vrijstelling voort te zetten tot en met 2024. Deze verlenging van de vrijstelling is opgenomen in de Belastingplannen. Vanaf 2025 betaalt u 25% van de reguliere motorrijtuigenbelasting en vanaf 2026 betaalt u het volledige tarief.

Verlenging korting MRB plug-in hybride

Rijdt u in een auto die zowel op gas als op benzine of diesel rijdt (plug-in-hybride)? In dat geval betaalt u nu 50% van de reguliere motorrijtuigenbelasting. Ook deze korting wordt tot en met 2024 voortgezet. Daarna betaalt u voor een dergelijke auto 75% van het reguliere tarief voor de motorrijtuigenbelasting en vanaf 2026 het volledige tarief.

Meer energiebelasting voor gas en minder voor elektriciteit

Het gas- en elektriciteitsverbruik van de meeste huishoudens in Nederland wordt belast in de eerste schijf van de energiebelasting. Voor aardgas betaalt u nu 29,31 cent per m3. Vanaf 1 januari 2020 gaat het tarief in de eerste schijf van de energiebelasting omhoog met 3,99 cent per m3. Daarna komt er telkens 1 cent per jaar bij tot met 2026.
U betaalt in de eerste schijf van de energiebelasting voor elektriciteit 9,86 cent per kWh. Vanaf 2020 betaalt u 0,09 cent per kWh minder. De komende jaren zal het tarief verder worden verlaagd. Met deze tariefverschuiving wil het kabinet u stimuleren om de overstap van aardgas naar elektriciteit of andere duurzame warmtebronnen te maken, zoals een elektrische kookplaat of een warmtepomp die gebruikmaakt van aardwarmte.

Wijziging box-3-heffing over spaargeld op komst

Tot slot brengen we alvast op de hoogte van een belangrijke wijziging die eraan komt, maar die niet in de Belastingplannen 2020 is opgenomen, maar die wel voor u van belang kan zijn. Kort voor Prinsjesdag liet de Staatssecretaris van Financiën namelijk weten dat hij de box-3-heffing wil wijzigen.

De box-3-heffing nu
Op dit moment wordt ervan uitgegaan dat het vermogen waarover u belasting moet betalen voor een bepaald deel uit beleggingen bestaat. Ook als dat feitelijk niet zo is en uw hele vermogen alleen uit spaargeld bestaat. Hoe groter uw vermogen nu is, des te meer rendement u geacht wordt te maken en dus hoe meer box-3-heffing u moet betalen. Maar bestaat uw vermogen alleen uit spaargeld, dan maakt u vaak veel minder rendement dan u geacht wordt te maken. Het kan zelfs zo zijn dat u meer belasting moet betalen dan u werkelijk aan rente heeft genoten. De redelijkheid hiervan staat al jaren ter discussie. Maar nu lijkt er echt verandering te komen in deze systematiek van box 3.

Wat gaat er veranderen?
Staatssecretaris Snel heeft voorgesteld om voortaan voor de box-3-heffing meer aan te sluiten bij de werkelijke verhouding tussen spaargeld, beleggingen en schulden. Hij stelt voor om over uw werkelijke spaartegoed een vooraf vastgestelde rente te berekenen die zoveel als mogelijk aansluit bij de werkelijke rente. Op dit moment zou die rente 0,09% bedragen. Volgens de voorlopige berekening blijft dan per belastingplichtige de eerste € 440.000 (€ 880.000 voor partners) spaargeld onbelast. Ook de kleine belegger (tot ongeveer € 30.000) blijft met het nieuwe systeem buiten de box-3-heffing. Maar bent u een grotere belegger met bijvoorbeeld een effectenportefeuille, een tweede woning of vastgoed? In dat geval valt het nieuwe systeem waarschijnlijk in uw nadeel uit. Het forfaitair rendement over de overige bezittingen zal dan namelijk ongeveer 5,33% bedragen. Nu wordt u dit forfaitair rendement pas geacht te maken bij een vermogen van ongeveer € 1 miljoen. Heeft u naast ander vermogen ook nog schulden – bijvoorbeeld uw tweede woning aangekocht met een evenzo grote lening -, dan gaat u in het nieuwe systeem belasting betalen in box 3, terwijl u daarover nu geen box-3-heffing betaalt. Bovendien gaat het tarief van de box-3-heffing omhoog van 30% naar 33%.

Wanneer gaat deze wijziging in?
Het nieuwe systeem is dus vooral gunstig voor spaarders die nu te veel box-3-heffing betalen. Zij moeten nog wel even geduld hebben, want het voorstel van staatssecretaris Snel wordt eerst uitgewerkt in een wetsvoorstel dat voor de zomer van 2020 naar de Tweede Kamer zal worden gestuurd. Als de Eerste en de Tweede Kamer het wetsvoorstel eind 2020 hebben aangenomen, krijgt de Belastingdienst een jaar de tijd om de structuurwijziging in box 3 door te voeren. Het nieuwe systeem kan dan op 1 januari 2022 in werking treden.

Tip
Als deze plannen doorgaan, is het verstandig om in 2021 met uw adviseur aan tafel te gaan om te bekijken of en weke alternatieven er zijn voor box 3.

Lees ook de meest belangrijke zaken uit de belastingplannen 2020 en andere nieuwe wetgeving voor:

De ondernemer
De DGA
Werkgevers en werknemers

In dit artikel is de stand van zaken in wet- en regelgeving verwerkt tot 19 september 2019. Hoewel ten aanzien van de inhoud de uiterste zorg is nagestreefd, kan niet volledig worden ingestaan voor eventuele (druk)fouten en onvolledigheden. De redactie, de uitgever en de verspreider sluiten bij deze de aansprakelijkheid hiervoor uit. Voor een toelichting kunt u altijd contact met ons opnemen