Prinsjesdag 2021: de belangrijkste ontwikkelingen voor de DGA

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

We hebben de meest belangrijke zaken uit de belastingplannen 2022 en andere nieuwe wetgeving voor je verzameld. Lees hier de belangrijkste ontwikkelingen voor de DGA.

Minder vennootschapsbelasting betalen

U gaat in 2022 minder vennootschapsbelasting (Vpb) betalen over uw winst. Het Vpb-tarief in de eerste schijf blijft weliswaar 15%, maar in 2022 is dit tarief van toepassing op de eerste € 395.000 jaarwinst. Dit jaar ligt die schijfgrens bij € 245.000. Het hoge Vpb-tarief in de tweede schijf blijft 25%.

Tip

Hebt u meerdere vennootschappen die samen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting vormen? Het kan dan interessant zijn om de fiscale eenheid te verbreken. De hogere grens voor het lage Vpb-tarief geldt namelijk voor alle winst van de fiscale eenheid bij elkaar. Maar zonder fiscale eenheid kunt u per vennootschap profiteren van deze hogere grens.

Langer laag gebruikelijk loon voor DGA innovatieve start-up

Bent u directeur- grootaandeelhouder (DGA) van een innovatieve start-up? U mag dan maximaal 3 jaar uw gebruikelijk loon vaststellen op het wettelijk minimumloon. U moet hiervoor een S&O-verklaring hebben en maximaal 5 jaar inhoudingsplichtige zijn voor de loonbelasting en hiervan maximaal al 2 jaar een S&O-verklaring hebben gehad. Deze regeling zou eind 2021 vervallen, maar wordt nu toch eenmalig verlengd tot 1 januari 2023. Dan komt de regeling te vervallen, tenzij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat de regeling positief heeft geëvalueerd.

Beperking verrekening voorheffingen

Nederlandse vennootschappen die onder de vennootschapsbelastingplicht vallen, kunnen betaalde voorheffingen (dividendbelasting en kansspelbelasting) verrekenen met de verschuldigde vennootschapsbelasting (Vpb). Maken zij verlies, dan krijgen zij de betaalde voorheffingen terugbetaald. Buitenlandse vennootschappen konden in dit geval geen teruggave krijgen, maar sinds kort is deze ongelijkheid onder voorwaarden weggenomen. Toch wil het kabinet de verrekening van voorheffingen met verschuldigde Vpb beperken voor alle Vpb-plichtigen. De beperking houdt in dat vennootschappen de voorheffingen kunnen verrekenen met maximaal in een jaar verschuldigde Vpb. De niet-verrekende voorheffingen kunnen zij onbeperkt doorschuiven naar latere jaren. Bij verlies betaalt de vennootschap geen Vpb, dus is verrekening van voorheffingen dan niet mogelijk.