Prinsjesdag 2021: de belangrijkste ontwikkelingen voor werknemers en werkgevers

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

We hebben de meest belangrijke zaken uit de belastingplannen 2022 en andere nieuwe wetgeving voor je verzameld. Lees hier de belangrijkste ontwikkelingen voor werknemers en werkgevers.

Verhoging vrije ruimte

De vrije ruimte voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom per werkgever is – net als in 2020 – ook in 2021 verhoogd van 1,7% naar 3%. De vrije ruimte is dus tot maximaal met € 5.200 verhoogd. Deze tijdelijke coronamaatregel moet u als werkgever mogelijkheden bieden om uw werknemers extra tegemoet te komen, bijvoorbeeld door het verstrekken van een bloemetje of een cadeaubon. Net als in 2020 moest deze tijdelijk verruiming nog een wettelijke basis krijgen. Daarom is de maatregel in het Belastingplan 2022 opgenomen. Voor 2022 zijn er geen aanpassingen voorgesteld en geldt dus weer 1,7% en boven een fiscale loonsom van € 400.000 blijft het percentage voor de vrije ruimte 1,18% van de fiscale loonsom.

Gerichte vrijstelling voor thuiswerken

Thuiswerken wordt waarschijnlijk een blijvertje ook na de coronacrisis. Veel werkgevers en werknemers hebben ingezien dat thuiswerken ook voordelen heeft. Ook de overheid is gebaat bij minder woon-werkverkeer: minder fileleed en minder CO2-uitstoot. Om thuiswerken verder te stimuleren mag u vanaf 2022 een onbelaste vergoeding van € 2 per dag voor thuiswerkkosten aan uw werknemer betalen. Dit zijn bijvoorbeeld extra kosten voor gas- en elektriciteitsverbruik, koffie en/of thee, wc-papier en afschrijvingskosten van een eigen bureau en stoel. U kunt ook gebruikmaken van de volgende al bestaande faciliteiten:

  • de vrije ruimte in de werkkostenregeling;
  • de gerichte vrijstellingen voor mobiele telefoons, ICT-middelen en – onder voorwaarden –  arbovoorzieningen.

Aanpassing vaste reiskostenvergoeding

Als uw werknemers ten minste 128 dagen per kalenderjaar naar een vaste werkplek reizen (woon-werkverkeer), mag u een vaste onbelaste reiskostenvergoeding betalen, alsof die werknemers op 214 dagen naar die vaste werkplek reizen. In samenhang met de nieuwe gerichte vrijstelling voor thuiswerkkosten stelt het kabinet nu voor om de 128-dagenregeling pro rata toe te passen als structureel (deels) wordt thuisgewerkt. U moet de vaste reiskostenvergoeding toepassen op basis van het aantal dagen waarop uw werknemers in de regel naar de vaste werkplek reizen. Reist een werknemer bijvoorbeeld op 3 dagen in de week naar de vaste werkplek, dan moet de werknemer op 76 dagen (3/5 van 128 dagen) van het kalenderjaar naar die werkplek reizen om te voldoen aan de voorwaarde van de 128-dagenregeling. U mag de vergoeding dan berekenen alsof de werknemer 129 dagen (3/5 van 214 dagen) van het kalenderjaar naar de vaste werkplek reist.

Op de dagen dat de werknemer thuiswerkt, kunt u de onbelaste thuiswerkvergoeding betalen. U kunt de onbelaste thuiswerkvergoeding en de vaste onbelaste reiskostenvergoeding niet tegelijkertijd op één werkdag betalen. Het kan dus voorkomen dat het totale bedrag van de reiskostenvergoeding en de thuiswerkvergoeding in 2022 lager is dan de reiskostenvergoeding die de werknemer in 2021 ontving.

Tip

Maak met uw werknemers vaste afspraken over het aantal dagen per week dat de werknemer thuiswerkt en naar het werk gaat, zodat u de gerichte vrijstellingen optimaal benut.

Opnieuw verhoging bijtelling emissieloze auto

Het bijtellingspercentage voor een nieuwe elektrische auto van de zaak wordt in 2022 verder verhoogd van 12% naar 16%. De catalogusprijs waarop u dit percentage mag toepassen, wordt bovendien verlaagd van maximaal € 40.000 naar € 35.000. Vanaf 2023 gaat dit maximum nog verder omlaag naar € 30.000. Is de catalogusprijs hoger, dan geldt voor het meerdere een bijtellingspercentage van 22%.

Auto’s op waterstof of zonnecelauto’s

Rijdt uw auto van de zaak op waterstof of zonne-energie, dan geldt deze splitsing in het bijtellingspercentage niet voor u. Een zonnecelauto is een elektrische auto met geïntegreerde zonnepanelen. U mag bij deze auto’s over de hele aanschafprijs het lage bijtellingspercentage van 16% (in 2022) toepassen. Het kabinet stelt voor om de invoering van een maximumbedrag in de bijtelling voor deze auto’s uit te stellen tot na 2024. Deze regeling geldt niet alleen voor werkgevers en werknemers, maar ook voor ondernemers en DGA’s die rijden in een auto van de zaak.

Lage en hoge WW-premie

In de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab) is de WW-premiedifferentiatie naar de aard van het contract opgenomen. Contracten die aan de voorwaarden van de lage premie voldoen, zouden toch als flexibele arbeid kunnen worden ingezet, bijvoorbeeld door structureel overwerk. Om dit te voorkomen zijn bepaalde herzieningssituaties in de wet opgenomen waardoor u alsnog met terugwerkende kracht de hoge premie  moet betalen.

Eén van deze situaties is dat een werknemer binnen een kalenderjaar 30% of meer uren werkt dan in het contract is overeengekomen, zoals bij overwerk het geval kan zijn. Deze uitzondering is vanwege de coronacrisis opgeschort, maar treedt in 2022 weer in werking.

Aandelenoptierechten aantrekkelijker

Het verstrekken van aandelenoptierechten aan uw werknemers is een vorm van loon. U moet op dat loon loonheffing inhouden en afdragen, zodra uw werknemers de optierechten inruilen voor aandelen van uw onderneming. Het komt voor dat de werknemer niet over voldoende middelen beschikt om die loonheffing op dat moment te betalen. Daarom wordt voorgesteld om de mogelijkheid te bieden om het heffingsmoment te verschuiven naar het moment waarop de uit de optierechten verkregen aandelen in uw bedrijf verhandelbaar zijn. U neemt dan op dat latere moment de waarde in het economisch verkeer van de aandelen in aanmerking als loon. De maatregel is bedoeld om u meer mogelijkheden te bieden om personeel aan te trekken en te behouden. 

Tip

De toepassing van het latere heffingsmoment is geen must maar een keuzerecht. Er kan dus ook voor het heffingsmoment van de huidige regeling worden gekozen. Op voorhand lijkt de keuze voor uitstel niet aantrekkelijk, omdat de waarde van de aandelen op het moment van verhandelbaar zijn, hoger kan zijn en er dus – veel – meer loonheffing moet worden betaald.