Startpunten voor elke belastingbetaler 2021

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Begin 2021 goed, met de startpunten voor elke belastingbetaler. Deze staat boordevol handige tips en attentiepunten voor dit jaar.

Inhoudsopgave

Tariefschijven en heffingskortingen
Lager eigenwoningforfait en minder renteaftrek
Langer regeling betaalpauze hypotheeklasten
Minder kostenaftrek
Laatste jaar aftrek scholingsuitgaven
Wijzigingen in box 3
Gewijzigde overdrachtsbelasting
Laat uw voorlopige aanslag of teruggaaf aanpassen
Hogere schenkvrijstellingen
Belastingrente over erfbelasting
Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)
Gewijzigde maximale uurprijzen kinderopvangtoeslag
Vliegtax voor passagiers
Maximum WOZ-waarde verhuurderheffing 2021 geïndexeerd
Nieuw subsidiebudget elektrische auto particulieren

Tariefschijven en heffingskortingen

De twee tariefschijven in de loon- en inkomstenbelasting zijn 37,10% en 49,5%. De tweede schijf begint bij een inkomen vanaf € 68.507. Tussen 2022 en 2024 wordt het tarief in de eerste schijf verder verlaagd tot uiteindelijk 37,03%.

Gewijzigde heffingskortingen
De belangrijkste heffingskortingen zijn verhoogd. Zo is de maximale algemene heffingskorting verhoogd van € 2.711 in 2020 naar € 2.837 in 2021. Vanaf een inkomen van € 21.043 wordt deze heffingskorting afgebouwd met 5,977%. Daardoor heeft u vanaf een inkomen van € 68.507 geen algemene heffingskorting meer. De maximum arbeidskorting is van € 3.819 in 2020 naar € 4.205 in 2021 gegaan. Ook de arbeidskorting wordt met 6% afgebouwd naar mate uw inkomen stijgt. De afbouw begint bij een arbeidsinkomen (winst, loon of resultaat uit overige werkzaamheden) van € 35.652. De maximale inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) is verlaagd naar € 2.815 (in 2020: € 2.881). De IACK wordt met 11,45% opgebouwd vanaf een arbeidsinkomen van € 5.153. De maximale ouderenkorting is verhoogd van € 1.622 in 2020 naar € 1.703 in 2021. Vanaf een verzamelinkomen van € 37.970 wordt deze korting met 15% afgebouwd.

Uitbetaling algemene heffingskorting aan partner zonder inkomen verlaagd
Sinds 2009 wordt de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de partner zonder inkomen geleidelijk in 15 jaar met 6,67% per jaar afgebouwd tot nul. Dit betekent dat er in 2021 ten hoogste 13,33% van de algemene heffingskorting wordt uitbetaald aan de partner. Eind 2023 is de zogenoemde ‘aanrechtsubsidie’ geheel afgeschaft.

Let op
De afbouw geldt niet voor de partner die vóór 1963 is geboren.

Lager eigenwoningforfait en minder renteaftrek

Het eigenwoningforfait voor woningen met een WOZ-waarde tot € 1.110.000 (in 2020: € 1.090.000) is verlaagd van 0,60% naar 0,50%. Hebt u een woning met een WOZ-waarde van € 1.110.000 of meer, dan blijft het forfait 2,35%. U bent dit tarief alleen verschuldigd voor de WOZ-waarde boven € 1.110.000.

Afbouw renteaftrek
Begin vorig jaar is gestart met de stapsgewijze vermindering met 3% van de aftrekposten in de hoogste belastingschijf. Die schijf begint bij een inkomen vanaf € 68.507. Dit betekent dat u de hypotheekrente nog tegen 43% (in plaats van 46%) in aftrek kunt brengen. De komende jaren wordt de aftrek verder afgebouwd tot maximaal 37,05% in 2023.

Let op
De afbouw van de hypotheekrenteaftrek kan aanleiding zijn om uw voorlopige aanslag of teruggaaf te laten aanpassen. Dat geldt ook in het geval u vorig jaar uw hypotheek hebt overgesloten naar een hypotheek met een veel lagere rente, waardoor u minder renteaftrek heeft.

Aftrek geen of kleine eigenwoningschuld
De regeling waarbij u geen eigenwoningforfait hoeft bij te tellen bij uw inkomen als u geen of slechts een kleine hypotheek hebt, wordt stapsgewijs in 30 jaar afgebouwd. De aftrek wordt jaarlijks met 31/3% verlaagd. In 2021 is de aftrek beperkt tot 90%.

Langer regeling betaalpauze hypotheeklasten

Sinds de uitbraak van de coronacrisis gelden er versoepelde fiscale regels in het geval u een betaalpauze voor rente en aflossing hebt afgesproken met uw bank of andere hypotheekverstrekker. Eind vorig jaar is de werking van deze versoepelde regels verlengd tot 1 april 2021 in verband met de aanhoudende coronacrisis. De betaalpauze moet aan de volgende drie voorwaarden voldoen om de versoepelde fiscale regels te mogen toepassen:
1. u hebt in de periode 12 maart 2020 tot en met 1 april 2021 bij uw geldverstrekker gemeld dat u (dreigende) betalingsproblemen hebt door de uitbraak van het coronavirus;
2. u en uw geldverstrekker zijn daarom een betaalpauze overeengekomen, die uiterlijk op 1 april 2021 ingaat en die schriftelijk door de geldverstrekker wordt bevestigd;
3. de looptijd van de betaalpauze bedraagt maximaal twaalf maanden.

Let op
Leent u van een niet-administratieplichtige – bijvoorbeeld familie of uw eigen bv – dan gelden aanvullende voorwaarden. Uw adviseur kan u daarover informeren.

Minder kostenaftrek

Het percentage waartegen u kostenaftrek kunt claimen voor zover u inkomen heeft in de hoogste belastingschijf wordt ook in 2021 verder afgebouwd. Dit percentage bedraagt nu 43% (in 2020: 46%).

De aftrek wordt volgend jaar verder afgebouwd, zodat in 2023 het aftrekpercentage nog maar 37,05% bedraagt.

Let op
De aftrekbeperking geldt niet voor de premies van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen en lijfrentepremies. Die blijven in de hoogste schijf voorlopig aftrekbaar tegen 49,5%.

Laatste jaar aftrek scholingsuitgaven

Dit jaar is het laatste jaar waarin u scholingskosten in aftrek kunt brengen. De aftrek scholingsuitgaven wordt vanaf volgend jaar vervangen door een individuele leerrekening. Dit wordt een niet fiscale subsidieregeling: het STAP-budget (Stimulans van de Arbeidsmarktpositie). Het UWV gaat het STAP-budget uitvoeren. Maakt u dit jaar – wellicht noodgedwongen door de coronacrisis – kosten voor (om- of bij)scholing, dan kunt u deze dus in elk geval nog in aftrek brengen.

Wijzigingen in box 3

De vrijstelling in box 3 is verhoogd van € 30.846 naar € 50.000 per belastingplichtige. Hebt u een fiscale partner, dan hebt u samen dus een vrijstelling van € 100.000. Wel gaat het tarief omhoog van 30% naar 31%. De verhoging van de box-3-vrijstelling werkt echter niet door naar de diverse inkomens- en vermogensafhankelijke regelingen, zoals de zorg- en kinderopvangtoeslag en de eigen bijdrage aan een zorginstelling.

Nieuwe aangifteplicht
Vanaf 2021 wordt voor de vermogenstoets in de inkomensafhankelijke regelingen aangesloten bij de vermogensrendementsgrondslag zonder aftrek van de vrijstelling in box 3. De inspecteur legt daartoe het bedrag van de rendementsgrondslag – voor zover dit meer bedraagt dan € 31.340 (fiscale partners € 62.680) – vast in een voor bezwaar vatbare beschikking die wordt opgenomen op de aanslag inkomstenbelasting. Daarvoor is het nodig dat de aangifteplicht voor de inkomstenbelasting en premieheffing volksverzekeringen wordt uitgebreid.

Nog steeds forfaitaire rendementen
Het systeem van box 3 wijzigt (nog) niet. Hoe groter uw vermogen is, des te meer rendement u geacht wordt te maken en dus hoe meer box-3-heffing u moet betalen. De definitieve forfaitaire rendementspercentages voor de box-3-heffing in 2021 zijn (tussen haakjes forfaitair rendementspercentages 2020):

box 3-vermogen – Forfaitair rendementspercentage
€ 50.000 – 100.000 – 1,90%  (1,80%)
€ 100.000 – € 1.000.000 – 4,50% (4,22%)
boven de € 1.000.000 – 5,69% (5,33%)

Onderzoek de alternatieven
Voor de grotere vermogens is het zinvol om te kijken of er alternatieven zijn. Zo kunt u misschien beter uw eigenwoningschuld aflossen, of uw vermogen overbrengen naar een open fonds voor gemene rekening of misschien wel naar een bv? Het is de moeite waard om dit eens te laten uitzoeken.

Gewijzigde overdrachtsbelasting

Starters op de woningmarkt betalen geen overdrachtsbelasting (OVB) meer bij de aankoop van een woning. Hieraan zijn wel voorwaarden verbonden. De starters moeten 18 jaar of ouder zijn en jonger dan 35 jaar, de woning moet als hoofdverblijf worden gebruikt en de vrijstelling moet nog niet eerder zijn benut. Bent u een ‘doorstromer’ maar voldoet u aan deze voorwaarden? In dat geval geldt de vrijstelling ook voor u. Voor andere doorstromers op de woningmarkt blijft het OVB-tarief 2%.

Invoering waardegrens
Vanaf 1 april 2021 wordt de vrijstelling begrensd en geldt deze voor aangekochte woningen waarvan de waarde niet meer bedraagt dan € 400.000. Bij een hogere waarde bent u over de volle aankoopprijs 2% overdrachtsbelasting verschuldigd. Doorslaggevend voor de waardegrens is het tijdstip van overdracht bij de notaris.

Schriftelijke verklaring
Om het 2%-tarief of de startersvrijstelling te kunnen benutten, moet u schriftelijk verklaren dat u de woning als hoofdverblijf gaat gebruiken. Daarvoor is een standaardformulier te vinden op de site van de Belastingdienst. U kunt dit formulier invullen en ondertekenen in het bijzijn van de notaris op de dag van de overdracht. Daarnaast is er een standaardformulier voor gerechtigden op de startersvrijstelling, waarmee u verklaart de vrijstelling niet eerder te hebben toegepast. De notaris moet een elektronische kopie van de verklaring op de voorgeschreven wijze naar de Belastingdienst sturen.

Let op
Wilt u samen met uw partner een woning kopen, maar voldoet slechts een van u beiden aan de leeftijdsgrens, dan kan de vrijstelling alleen worden benut door de partner die aan de leeftijdsgrens voldoet voor zijn/haar aandeel in de eigendom van de aangekochte woning.

Meer OVB bij overige woningaankoop
Voor woningen die met andere bedoelingen worden gekocht, is het OVB-tarief verhoogd van 2% naar 8%! Koopt u dus een tweede woning of vakantiehuis en gebruikt u die niet of slechts tijdelijk als hoofdverblijf, dan betaalt u bij de aankoop 8% OVB. Dat tarief geldt ook bij de aankoop van een woning voor uw kind of als u een woning aanschaft voor de verhuur.

Laat uw voorlopige aanslag of teruggaaf aanpassen

Heeft u inkomsten waarover geen loonheffing wordt ingehouden en u pas achteraf inkomstenbelasting moet betalen? U kunt dan een voorlopige aanslag aanvragen, zodat u de verschuldigde inkomstenbelasting gespreid over het jaar alvast betaalt. Heeft u aftrekposten waarmee bij de vaststelling van de aanslag inkomstenbelasting rekening gehouden moet worden, dan kunt u alvast om een voorlopige teruggaaf vragen, zodat u de teruggaaf alvast krijgt in maandelijkse termijnen in de loop van het jaar. In beide gevallen vindt de eindafrekening met de Belastingdienst plaats na afloop van het jaar, wanneer u de aangifte inkomstenbelasting hebt ingediend. Heeft u dan te weinig inkomstenbelasting betaald of juist te veel teruggaaf gehad, dan moet u die belasting alsnog betalen.

Controleren en aanpassen
Verwacht u een wijziging in uw inkomen – bijvoorbeeld door de coronacrisis – of in uw privéomstandigheden? Of heeft u een inkomen in de hoogste tariefschijf, waardoor u aanmerkelijk minder aftrek heeft? Laat dan uw voorlopige aanslag of teruggaaf 2021 controleren en zo nodig aanpassen.

Hogere schenkvrijstellingen

De vrijstelling voor kinderen en overige verkrijgers is in 2021 (tijdelijk) verhoogd met € 1.000. Dit betekent dat de vrijstelling voor schenkingen aan kinderen (na inflatiecorrectie) € 6.604 bedraagt en voor de overige verkrijgers € 3.244.

Belastingrente over erfbelasting

Als u niet op tijd belastingaangifte doet, wordt belastingrente in rekening gebracht. Dit geldt ook voor de erfbelasting. De aangifte erfbelasting dient u in beginsel in binnen acht maanden na het overlijden.

Sinds enkele jaren is tijdelijk geen belastingrente verschuldigd bij te laat ingediende aangiften. Dit gold voor overlijdens na 1 januari 2017 en had te maken met grote achterstanden in de aanslagregeling erfbelasting bij de Belastingdienst. Inmiddels valt voor 70% van alle aangiftes erfbelasting binnen 3 maanden een aanslag op de deurmat en binnen 6 maanden is zelfs 90% van alle aanslagen opgelegd. Daarom kan er weer belastingrente in rekening gebracht worden voor overlijdens vanaf 1 januari 2021. De rente gaat lopen vanaf acht maanden na de overlijdensdatum tot zes weken na de datum van de aanslag, maar niet langer dan negentien weken na ontvangst van de aangifte. Dit betekent dat als u binnen de achtmaandentermijn aangifte doet, er toch belastingrente aan u in rekening gebracht kan worden. De periode van negentien weken is namelijk ongeveer vijf maanden. Als u binnen 3 maanden na het overlijden aangifte doet of een voorlopige aanslag erfbelasting aanvraagt, krijgt u niet te maken met deze rente.
Moet de Belastingdienst echter afwijken van uw aangifte, dan geldt de negentienwekenregeling niet.

Zorg er dus voor dat u tijdig aangifte erfbelasting doet of laat doen, of vraag tijdig een voorlopige aanslag erfbelasting aan. Zo voorkomt u belastingrente.

Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)

Veel mensen blijken onvoldoende geholpen te worden door het bestaande pakket aan coronamaatregelen. Via de gemeenten komt er waarschijnlijk vanaf 1 februari 2021 extra hulp via de tijdelijke ondersteuning van noodzakelijke kosten (TONK) als u deze door inkomensterugval niet meer kunt betalen. De ondersteuning is bijvoorbeeld voor zelfstandigen die veel van hun opdrachten zien verdwijnen of voor werknemers die vanwege quarantaine inkomsten mislopen. Het kabinet reserveert daarom zo’n € 130 miljoen voor huishoudens die als gevolg van de huidige omstandigheden in ernstige problemen raken.

Gewijzigde maximale uurprijzen kinderopvangtoeslag

In 2021 zijn de maximale uurprijzen waarvoor u kinderopvangtoeslag kunt krijgen, verhoogd. De maximale uurprijs voor dagopvang is € 8,46 (in 2020: € 8,17), voor buitenschoolse opvang € 7,27 (in 2020: € 7,02) en voor gastouderopvang € 6,49 (in 2020: € 6,27). Per kind kunt u voor maximaal 230 uur per maand kinderopvangtoeslag krijgen. Ook het toetsingsinkomen is verhoogd. Vanaf een inkomen van € 129.457 (in 2020: € 126.832) ontvangt u 33,3% van de opvangkosten voor het eerste kind. Dit percentage loopt bij een lager toetsingsinkomen op tot 96% (bij een inkomen van € 25.709 of minder).

Let op
Kinderopvangorganisaties geven vanaf dit jaar elke maand gegevens door aan de Belastingdienst. Als u gebruikmaakt van de Kinderopvangtoeslag-app, krijgt u een melding, zodra uw gegevens niet meer kloppen. Zo wordt voorkomen dat u later toeslag moet terugbetalen.

Vliegtax voor passagiers

Per 1 januari 2021 is de vliegbelasting ingevoerd voor vertrekkende passagiers vanaf een Nederlandse luchthaven. Kinderen jonger dan 2 jaar en transferpassagiers bij een overstap binnen 24 uur zijn hiervan uitgezonderd. De datum van vertrek is bepalend, niet de datum van het boeken. Het tarief in 2021 bedraagt € 7,845 (na inflatiecorrectie). Het tarief was aanvankelijk vastgesteld op € 7, maar omdat de vliegtax voor vrachtvluchten niet doorgaat, is het tarief voor passagiers verhoogd.

Maximum WOZ-waarde verhuurderheffing 2021 geïndexeerd

De maximale WOZ-waarde waarover de verhuurderheffing wordt berekend, wordt per 1 januari 2021 verhoogd van € 294.000 naar € 315.000. Dit is het gevolg van de jaarlijkse indexering per 1 januari. U betaalt de verhuurderheffing als u vijftig of meer sociale huurwoningen verhuurt. De heffing wordt berekend over de werkelijke WOZ-waarde van de huurwoningen, verminderd met vijftigmaal de gemiddelde WOZ-waarde van die woningen. Bedraagt de werkelijke WOZ-waarde meer dan € 315.000? Dan wordt voor de verhuurderheffing gerekend met de maximale WOZ-waarde.
Het tarief wordt verlaagd van 0,562% naar 0,526%.

Nieuw subsidiebudget elektrische auto particulieren

Sinds 1 januari 2021 is er nieuw budget beschikbaar voor de tijdelijke Subsidieregeling Elektrische Personenauto’s Particulieren. U kunt deze subsidie aanvragen bij de RVO als u de koop- of (private) leaseovereenkomst voor een nieuwe elektrische personenauto op of na 1 januari 2021 hebt gesloten. De subsidie bedraagt € 4.000. Wees er wel snel bij want de subsidiepot is razendsnel leeg, zo is vorig jaar gebleken. U kunt ook subsidie krijgen voor een gebruikte elektrische auto. De subsidie bedraagt dan € 2.000.