Startpunten werkgevers en werknemers 2022

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Een goed begin is het halve werk, met de startpunten voor werkgevers en werknemers. Deze staat boordevol handige tips en attentiepunten voor dit jaar.

Inhoudsopgave

Vrije ruimte WKR terug naar oude niveau
Gerichte vrijstelling thuiswerkvergoeding
Hogere bijtelling privégebruik emissieloze auto
Wijziging bij gelijktijdig privégebruik meerdere auto’s
Rond tijdig NOW 1.0 vaststellingsverzoek af
Tijdig NOW 5.0 aanvragen
Data aanvraag definitieve vaststellingen NOW-periodes
NOW 6.0 op komst
Minder premie Zvw
Herziening Awf-premie bij meer-uren
Minder S&O-afdrachtvermindering
Aangepaste loongrens Whk-premie
LIV en jeugd-LIV
LKV’s aanvragen
Start gedifferentieerde Aof-premie
Pensioenkeuzes maken
Strafheffing besparen bij vervroegd pensioen

Vrije ruimte WKR terug naar oude niveau

Dit jaar geldt weer de oude regeling van vóór de coronacrisis voor de berekening van de vrije ruimte in de werkkostenregeling. De vrije ruimte bereken je op 1,7% over de fiscale loonsom tot € 400.000 en 1,18% over de resterende loonsom.

Gerichte vrijstelling thuiswerkvergoeding

Thuiswerken wordt waarschijnlijk een blijvertje ook na de coronacrisis. Veel werkgevers en werknemers hebben ingezien dat thuiswerken ook voordelen heeft. Ook de overheid is gebaat bij minder woon-werkverkeer: minder fileleed en minder CO2-uitstoot. Om thuiswerken verder te stimuleren is per 1 januari 2022 een gerichte vrijstelling van € 2 per dag ingevoerd voor vergoedingen van thuiswerkkosten. Denk aan extra kosten van werknemers voor gas- en elektriciteitsverbruik, koffie en/of thee, wc-papier en afschrijvingskosten van een eigen bureau en stoel. De vrijstelling is ook van toepassing als de werknemer een deel van de dag thuiswerkt.

Let op
Wanneer je werknemer op een dag zowel thuis als op een vaste werkplek werkt, mag je niet én de gerichte vrijstelling voor reiskosten woon-werkverkeer én die voor thuiswerkkosten toepassen.

Vaste thuiswerkvergoeding

Je kunt voor de thuiswerkkosten ook een vaste vergoeding afspreken. Werkt de werknemer ten minste 128 dagen thuis? Dan kan een vaste maandelijkse vergoeding worden gegeven, alsof de werknemer op 214 dagen per jaar thuiswerkt. Als de werknemer een deel van de week thuiswerkt, geldt deze regeling pro rata, net als voor de vaste vergoeding voor reiskosten woon-werkverkeer.

Aanpassen vaste reiskosten

Door de invoering van de nieuwe gerichte vrijstelling wijzigt ook de berekening van de vergoeding voor reiskosten woon-werkverkeer. Met ingang van 1 januari 2022 moet je allereerst vaststellen op hoeveel dagen per week de werknemer naar de vaste werkplek zal reizen. Doet een werknemer dat bijvoorbeeld op 3 dagen per week, dan wordt de maximaal gericht vrijgestelde vergoeding gebaseerd op 3/5e van 214 (afgerond 129) reisdagen. Hierbij is niet van belang of je voor de 2 dagen per week waarop wordt thuisgewerkt, al dan niet een gericht vrijgestelde thuiswerkkostenvergoeding geeft.

Alternatieven

Naast de nieuwe gerichte vrijstelling voor vergoedingen voor thuiswerkkosten, kan je ook gebruikmaken van andere gerichte vrijstellingen voor thuiswerkfaciliteiten. Zo is er de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen, bijvoorbeeld voor een ergonomische bureaustoel en een zit-sta-bureau. Op voorwaarde dat de arbovoorzieningen zijn gebaseerd op de verplichtingen die je hebt in de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit. Ook is er een gerichte vrijstelling voor ICT-middelen. En heb je voldoende vrije ruimte, dan kan je ook de vrije ruimte gebruiken voor thuiswerkfaciliteiten.

Hogere bijtelling privégebruik emissieloze auto

Het bijtellingspercentage voor een nieuwe elektrische auto van de zaak is verhoogd van 12% naar 16%. Daarnaast is de catalogusprijs waarop je dit percentage mag toepassen, verlaagd van maximaal € 40.000 naar € 35.000. Vanaf 2023 mag je het lagere bijtellingspercentage nog maar toepassen op een catalogusprijs van € 30.000. Is de catalogusprijs hoger, dan geldt voor het meerdere een bijtellingspercentage van 22%.

Rijd je in een auto op waterstof of zonne-energie? Dan geldt deze splitsing in het bijtellingspercentage niet voor jou. Je mag daardoor bij deze auto’s over de hele aanschafprijs het lage bijtellingspercentage van 16% toepassen. Deze regeling geldt niet alleen voor werkgevers en werknemers, maar ook voor ondernemers en dga’s die in een auto van de zaak rijden.

Wijziging bij gelijktijdig privégebruik meerdere auto’s

Heb je werknemers in dienst die in een auto van de zaak rijden? Je moet dan voor het privégebruik een bijtelling bij het loon tellen. Rijdt een werknemer maximaal 500 kilometer privé in het kalenderjaar, dan kan je de bijtelling achterwege laten. Heeft een werknemer meer dan één auto gelijktijdig ter beschikking, dan pas je in beginsel de bijtelling toe voor elke auto waarmee de werknemer binnen het kalenderjaar jaar meer dan 500 kilometer privé rijdt. Daarnaast houd je rekening met het aantal rijbewijzen in het gezin van de werknemer. Is de werknemer alleenstaand of is er maar één rijbewijs in het gezin, dan hoef je maar voor één auto bij te tellen. Zijn er twee rijbewijzen in het gezin, dan tel je voor twee auto’s bij. Hoef je niet voor alle auto’s bij te tellen, dan nam je in 2021 de bijtelling van de auto(‘s) met de hoogste cataloguswaarde. Sinds 1 januari 2022 tel je in deze situatie bij voor de auto(‘s) met de hoogste bijtelling.

Tip
Mocht deze situatie zich voordoen in je bedrijf, pas dan de loonadministratie hierop aan.

Rond tijdig NOW 1.0 vaststellingsverzoek af

Heb je vorig jaar voor 31 oktober een vaststellingsverzoek NOW 1.0 ingediend bij het UWV, maar kon je toen de benodigde derden- of accountantsverklaring nog niet overleggen? In dat geval heb je 14 weken uitstel gekregen om dat alsnog te doen. De deadline voor deze aanvulling op jouw vaststellingsverzoek NOW 1.0 nadert. Je moet de derden- of de accountantsverklaring namelijk uiterlijk 6 februari 2022 hebben ingediend bij het UWV.

Behoor je tot de groep werkgevers die op 31 oktober 2021 nog geen vaststellingsverzoek had gedaan en heb je gebruikgemaakt van het uitstel tot 9 januari jl. om dit alsnog te doen? Als je nog een derden- of accountantsverklaring moet bijvoegen, dan heb je daar nog bijna 14 weken de tijd voor.

Tip
Doe tijdig de aanvulling op je vaststellingsverzoek en voorkom dat je het volledige in voorschot ontvangen bedrag van de NOW 1.0 moet terugbetalen.

Betalingsregeling

Heb je nog steeds betalingsproblemen? Neem dan contact op met het UWV voor overleg en een betalingsregeling.

Tijdig NOW 5.0 aanvragen

De NOW-regeling is sinds 13 december 2021 weer opengesteld voor subsidieaanvragen voor de omzetperiode november en december 2021. Dit is NOW 5.0 en heeft één aanvraagperiode. Dit is alweer de 7e aanvraagperiode. Het UWV heeft weer een formulier beschikbaar gesteld waarmee je de aanvraag kunt doen. Je kunt de aanvraag nog tot en met 31 januari 2022 doen.

Je kunt gebruikmaken van de NOW 5.0 als je een omzetverlies in november en december 2021 had van minimaal 20%. Het omzetverlies wordt bepaald door een zesde van de omzet van 2019 (referentie-omzet) te vergelijken met de omzet in de maanden november en december 2021. In tegenstelling tot eerdere aanvraagperiodes kan je dus niet langer kiezen over welke maanden je het omzetverlies wilt berekenen. De grens voor het maximaal te vergoeden omzetverlies is 90%.

De referentiemaand voor de loonsom voor de 7e aanvraagperiode is september 2021. Het UWV neemt de gegevens uit de loonaangifte bij de Belastingdienst automatisch over.

De werkgeverslasten worden ook weer voor 40% gecompenseerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om pensioenpremies, premies werknemersverzekeringen en – meestal – om een reservering voor vakantiegeld.

Vermindering loon zonder subsidieverlies

De loonsom in de maanden november en december 2021 mag ten opzichte van tweemaal de loonsom in september 2021 geleidelijk worden verminderd met 15%, zonder dat de subsidie lager wordt. Bij NOW 4.0 was dit percentage nog 10%. De daling van de loonsom kan worden veroorzaakt door natuurlijk verloop in het personeelsbestand, door minder personeel aan te houden of door een vrijwillig loonoffer te vragen van werknemers. Daalt jouw loonsom met meer dan 15%? Dan kan dit betekenen dat je NOW-subsidie moet terugbetalen.

Ook voor startende ondernemer

Ben je jouw onderneming gestart tussen 1 februari 2020 en 30 september 2021? Je kunt dan ook een aanvraag doen voor de 7e aanvraagperiode. Ben je gestart na 1 februari 2020 maar uiterlijk op 1 juli 2021, dan kan je de periode 1 juli 2021 tot en met 31 oktober 2021 als referentieomzet-periode hanteren. Ben je gestart ná 1 juli 2021 maar uiterlijk op 30 september 2021? In dat geval kan je de referentieomzet berekenen vanaf de eerste volledige kalendermaand omzet tot en met 31 oktober 2021 en omrekenen naar twee maanden. Hierdoor is deze vergelijkbaar met de omzet in november en december 2021.

Andere voorwaarden

Voor NOW 5.0 geldt ook weer een verplichting om geen dividend of bonussen uit te keren over 2021 aan het bestuur en de directie. Er mogen ook geen eigen aandelen worden ingekocht. In deze NOW-periode heb je ook weer een inspanningsverplichting om werknemers te stimuleren om aan bij- en omscholing te doen of een ontwikkeladvies aan te vragen. Ook heb je een inspanningsverplichting om mee te werken aan de begeleiding naar nieuw werk van de ontslagen werknemer. Het niet voldoen aan deze voorwaarde leidt tot een korting van 5% op het totale subsidiebedrag als je in de periode van 27 november 2021 tot en met 31 december 2021 bedrijfseconomisch ontslag voor een werknemer hebt aangevraagd, maar geen contact heeft opgenomen met de ‘UWV telefoon NOW’ in het kader van begeleiding van werk naar werk.

Data aanvraag definitieve vaststellingen NOW-periodes

De aanvraag voor de definitieve vaststelling van NOW 2.0 (juni t/m september 2020) kan je nog tot en met 31 maart 2022 indienen.
De aanvraagperiode voor de definitieve berekening van de NOW 3.0 derde aanvraagperiode (oktober t/m december 2020) loopt nog tot en met 22 februari 2023. De aanvraagperiode voor de definitieve NOW 3.0 vierde (januari t/m maart 2021) en vijfde (april t/m juni 2021) aanvraagperiode start op 31 januari 2022. Voor de definitieve vaststelling van NOW 4.0 (juli t/m september 2021) zesde aanvraagperiode, NOW 5.0 (november en december 2021) zevende aanvraagperiode en NOW 6.0 (januari t/m maart 2022) achtste aanvraagperiode opent het loket op 1 juni 2022. Je kunt voor al deze aanvraagperiodes tot en met 22 februari 2023 een aanvraag doen voor de definitieve berekening.

In een schema ziet dit er zo uit:

NOW-aanvraagperiodes > aanvraag definitieve vaststelling tussen:
2.0 (juni t/m september 2020) > 15 maart 2021 t/m 31 maart 2022
3.1 (oktober t/m december 2020) > 4 oktober 2021 t/m 22 februari 2023
3.2 (januari t/m maart 2021) > 31 januari 2022 t/m 22 februari 2023
3.3 (april t/m juni 2021) > 31 januari 2022 t/m 22 februari 2023
4.0 (juli t/m september 2021) > 1 juni 2022 t/m 22 februari 2023
5.0 (november en december 2021) > 1 juni 2022 t/m 22 februari 2023
6.0 (januari t/m maart 2022) > 1 juni 2022 t/m 22 februari 2023

NOW 6.0 op komst

Eind 2021 is bekendgemaakt dat in het eerste kwartaal van 2022 de achtste aanvraagperiode van de NOW (NOW 6.0) wordt opengesteld voor de maanden januari, februari en maart 2022. Het streven is om het aanvraagloket voor NOW 6.0 in de tweede helft van februari 2022 te openen.

Een aantal voorwaarden blijven gelijk aan die van de NOW 5.0:
• ten minste 20% omzetverlies in het eerste kwartaal 2022;
• het maximale vergoedingspercentage is 85%;
• de maximale vergoeding per werknemer bedraagt twee keer het maximum dagloon;
• de grens voor het maximaal te vergoeden omzetverlies is 90%.

De exacte voorwaarden zullen deze maand door het kabinet worden bekendgemaakt. Een aantal voorwaarden zal mogelijk wijzigen. Het gaat dan om de volgende voorwaarden.

Forfaitaire opslag werkgeverslasten

Zo zal de polisadministratie van het UWV per 1 januari 2022 veranderen. Dit heeft gevolgen voor de definitie van de loonsom. Als die anders wordt, wijzigt automatisch ook de subsidie. Hierdoor kan het percentage van de forfaitaire opslag voor de werkgeverslasten (in NOW 5.0: 40%) mogelijk wijzigen. Toch is het de bedoeling dat de tegemoetkoming gelijk blijft.

Percentage loonsomvrijstelling

Een andere voorwaarde die mogelijk wijzigt ten opzichte van NOW 5.0 is het percentage van de loonsomvrijstelling. In NOW 5.0 is dit percentage verhoogd van 10% naar 15%.

Mogelijk invoering (jaar)omzetdrempel

Ook wordt onderzocht of het invoeren van een (jaar)omzetverliesdrempel uitvoerbaar is. Hiermee wordt voorkomen dat steun gaat naar die bedrijven die het over een heel jaar gezien goed doen, maar in één kwartaal (tijdelijk) tegenvallende resultaten boeken.

Minder premie Zvw

Je betaalt over het loon van je werknemers meestal de werkgeversheffing Zorgverzekeringswet (Zvw). In bepaalde gevallen betaalt de werknemer zelf een inkomensafhankelijke bijdrage Zvw, die jij dan inhoudt op zijn/haar nettoloon. Dat geldt bijvoorbeeld voor pseudo-werknemers (opting-in), maar ook voor dga’s (bestuurders van hun bv) die niet verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. De heffing of bijdrage wordt berekend over het loon van de werknemer tot een bepaald maximum. Het maximumbijdrageloon is in alle gevallen gelijk en is in 2022 verhoogd naar € 59.706 (in 2021: € 58.311). Het percentage van de werkgeversheffing Zvw is verlaagd van 7,00% in 2021 naar 6,75% in 2022. Het percentage werknemersbijdrage Zvw bedraagt 5,50% in 2022 (in 2021: 5,75%).

Inhouding nominale premie Zvw op minimumloon

Op het verbod op inhoudingen op het minimumloon worden enkele uitzonderingen toegestaan, maar dan moet je wel aan de voorwaarden voldoen. Een van die uitzonderingen betreft de zorgverzekeringspremie. Je mag met een schriftelijke machtiging van de werknemer de kosten voor de zorgverzekering op het uit te betalen minimumloon inhouden tot maximaal het bedrag van de gemiddelde nominale premie die een verzekerde voor de zorgverzekering betaalt. In 2022 is dat € 126,83 per maand.

Herziening Awf-premie bij meer-uren

Bij een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, die geen oproepovereenkomst is, betaal je de lage Awf-premie (in 2022: 2,7%). Deze lage premie moet je soms met terugwerkende kracht herzien naar de hoge premie (in 2022: 7,7%) via een correctiebericht. Dat is onder andere het geval als jouw werknemer binnen een kalenderjaar meer dan 30% aan meer uren verloond krijgt, dan contractueel voor dat jaar met hem of haar is overeengekomen. Deze zogenoemde 30%-herzieningssituatie werd vanwege corona in 2020 en 2021 opgeschort. Maar sinds 1 januari 2022 is deze herzieningssituatie weer in werking getreden.

Lichtpunt

Je kunt totdat nieuwe regelgeving in werking treedt een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tijdelijk uitbreiden, zonder dat dit een tweede arbeidsovereenkomst of oproepovereenkomst wordt. Dit betekent ook dat je over alle uren van deze arbeidsovereenkomst de lage WW-premie mag blijven afdragen. Vanaf het moment dat de nieuwe regelgeving ingaat – waarschijnlijk per 1 januari 2023 – ben je gedurende een tijdelijke urenuitbreiding wel de hoge WW-premie verschuldigd.

Al hoge WW-premie betaald?

Heb je vanaf 2020 al de hoge WW-premie betaald vanwege de tijdelijke uitbreiding van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of omdat je een tweede arbeidsovereenkomst hebt gesloten? Dan kan je de hoge WW-premie met terugwerkende kracht corrigeren.

Minder S&O-afdrachtvermindering

Ben je een werkgever in de research & development (R&D)? Je kunt dan gebruikmaken van de Wet Bevordering Speur en Ontwikkelingswerk (WBSO) om de (loon)kosten te verlagen. Je kunt deze S&O-afdrachtvermindering voor 2022 aanvragen bij de RVO. Je kunt de aanvraag niet meer via het eLoket doen. Je hebt hiervoor nu eHerkenning niveau 3 nodig met machtiging ‘RVO diensten op niveau 3’ of ‘Alle diensten op niveau 3’. Besteed je het doen van de aanvraag uit, dan moet je een ketenmachtiging verstrekken aan de aanvrager. Hij of zij kan dan namens jou inloggen bij de RVO om de aanvraag te doen. In 2022 is het tarief in de eerste schijf verlaagd van 40% naar 32%. Voor starters is het tarief in de eerste schijf van 50% naar 40% gegaan. De grens van de eerste schijf ligt bij € 350.000 (loon)kosten. Het tarief van de tweede schijf is 16% gebleven. De verrekening van de S&O-afdrachtvermindering is in 2022 vereenvoudigd. Je kunt zelf bepalen hoeveel van het toegekende WBSO-budget je in welk loonaangiftetijdvak wilt verrekenen met jouw loonheffingen.

Aangepaste loongrens Whk-premie

De grens van het premieloon tussen kleine en middelgrote publiek verzekerde werkgevers bij de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk) is voor het premiejaar 2022 verhoogd naar een premieloon in 2020 tot en met € 882.500. Dit staat voor 25x het gemiddelde premieloon per werknemer. Die grens lag voor de premie Whk 2021 bij een premieloon in 2019 tot en met € 346.000. Dit was 10x het gemiddelde premieloon per werknemer. Als publiek verzekerde kleine werkgever betaal je een vaste sectorpremie, die onafhankelijk is van de instroom van ZW- en WGA-uitkeringen in jouw individuele bedrijf. De uitkeringslasten in de sector waarin je bent ingedeeld, bepalen de vaste sectorpremie.

Voor het premiejaar 2022 ben je een middelgrote werkgever als je premieloon in 2020 meer bedroeg dan € 882.500 maar niet meer dan € 3.530.000. De instroom van ZW- en WGA-uitkeringen in jouw bedrijf werkt dan met een vertraging van 2 jaren deels sectoraal en deels individueel door in jouw Whk-premie. Bedroeg het premieloon in 2020 meer dan € 3.530.000? In dat geval ben je in het premiejaar 2022 een grote werkgever. De instroom van ZW- en WGA-uitkeringen in jouw bedrijf werkt dan met een vertraging van 2 jaren volledig door in de Whk-premie van jouw bedrijf.

Gevolgen voor de middelgrote werkgever

Was je een publiek verzekerde middelgrote werkgever in 2021 zonder uitkeringsrisico’s en ben je op basis van jouw premieloon in 2020 voor het premiejaar 2022 een kleine werkgever geworden? In dat geval kan de indeling als kleine werkgever voor het premiejaar 2022 een verhoging van de premie Whk 2022 tot gevolg hebben. Het kan dan een optie zijn om te (laten) beoordelen of je als eigenrisicodrager voor de ZW en/of WGA in de private sector een lagere premie betaalt dan in het publieke bestel en te overwegen om eigenrisicodrager te worden. De eerstvolgende gelegenheid om eigenrisicodrager te worden is per 1 juli 2022. Je moet in dat geval uiterlijk 1 april 2022 een aanvraag daartoe bij de Belastingdienst indienen. Had je één of meer uitkeringsrisico’s, dan kan de indeling als kleine werkgever juist leiden tot een lagere premie Whk in 2022. De instroom van in 2020 betaalde ZW- en WGA-uitkeringen werkt dan immers niet langer door in de vaste sectorpremie die je dit jaar als kleine werkgever gaat betalen.

LIV en jeugd-LIV

Heb je werknemers in dienst die in 2022 een loon verdienen tussen € 10,73 tot en met € 13,43? In dat geval kan je gebruikmaken van het Lage-Inkomensvoordeel (LIV). Het LIV bedraagt in 2022 € 0,49 per verloond uur, met een maximum van € 960 per werknemer per kalenderjaar.

Het LIV wordt per 2025 afgeschaft. Hiervoor in de plaats zou een Lage-Inkomensvoordeel voor jongeren (LKV jongeren) worden ingevoerd. Maar dat gaat niet door.

Jeugd-LIV

De uurloongrenzen voor het jeugd-LIV voor jongeren worden pas bekendgemaakt per 1 juli 2022. Dan is namelijk pas bekend hoeveel hoger het wettelijk minimum jeugdloon is ten opzichte van 2021. Het jeugd-LIV wordt in 2024 helemaal afgeschaft.

LKV’s aanvragen

Je kunt via de loonaangifte loonkostenvoordelen (LKV’s) aanvragen voor werknemers in bepaalde doelgroepen. Die groepen werknemers zijn:

  1. werknemers van 56 jaar of ouder;
  2. arbeidsgehandicapte werknemers;
  3. iemand uit de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden; en
  4. herplaatste arbeidsgehandicapte werknemers met een WIA-, WAO-, WAZ- of Wajong-uitkering.

Voor de groepen 1 en 2 kan je maximaal 3 jaar een tegemoetkoming krijgen. Voor groep 4 is die termijn 1 jaar. Het LKV bedraagt in 2022 voor deze groepen € 3,05 per verloond uur en maximaal € 6.000 per werknemer per jaar. Aan het LKV voor groep 3 is geen maximumduur gekoppeld. Je krijgt het LKV voor deze groep, zolang de werknemers van deze doelgroep aan de voorwaarden voldoen. Het LKV bedraagt in 2022 in dat geval € 1,01 per verloond uur en maximaal € 2.000 per werknemer per jaar.

Doelgroepverklaring

Wil je gebruikmaken van de LKV’s, dan moet je over een doelgroepverklaring beschikken. De werknemer (of jij met een machtiging van de werknemer) moet de doelgroepverklaring aanvragen binnen 3 maanden na de datum van indiensttreding (doelgroepen 1, 2 en 3) of van herplaatsing na twee jaar ziekte (doelgroep 4).

Let op
Bij een overgang van een onderneming kan de werkgever van de overnemende onderneming het resterende deel van een loonkostenvoordeel niet overnemen. Ook krijgt de overnemende werkgever door de overgang geen nieuw recht op loonkostenvoordeel.

Start gedifferentieerde Aof-premie

De premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) is per 1 januari 2022 gedifferentieerd in grote en kleine werkgevers met een hoge respectievelijk lage premie. Het verschil tussen de hoge en lage premie mag niet meer dan 2% bedragen. De lage premie is vastgesteld op 5,49% en hoge premie op 7,05%.

Je bent in het premiejaar 2022 een kleine werkgever als jouw premieloon in 2020 niet meer bedroeg dan € 882.500. Je betaalt in dat geval de lage premie. Daarboven ben je vanaf het premiejaar 2022 een grote werkgever en betaal je de hoge premie.

Pensioenkeuzes maken

Het Pensioenakkoord treedt op 1 januari 2023 in werking. In 2022 zal je dus keuzes moeten maken over de pensioenregeling van jouw werknemers. Een beschikbare premieregeling wordt de nieuwe standaard. Heb je al een beschikbare premieregeling, dan moet je die regeling mogelijk ook aanpassen. Je moet uiterlijk 1 januari 2025 een transitieplan in concept klaar hebben. Daarin staat een omschrijving van de nieuwe pensioenregeling, de benodigde compensatieregeling en eventueel de waardering van oude pensioenrechten. Je moet je keuzes ook onderbouwen. Uiteindelijk zul je de nieuwe regeling in 2027 moeten invoeren. Dit lijkt ver weg, maar er is heel veel werk aan de winkel om de nieuwe pensioenafspraken tijdig klaar te hebben in samenspraak met alle betrokkenen. Dus begin op tijd!

Strafheffing besparen bij vervroegd pensioen

Ben je van plan om werknemers vervroegd met pensioen te laten gaan, maak dan gebruik van een tijdelijke (tot en met 2025) verzachting van de strafheffing van 52% door de invoering van een drempelvrijstelling van maximaal € 1.847 per maand. Dit bedrag wordt waarschijnlijk nog geïndexeerd. Alleen als je per maand meer uitbetaalt, moet je over het meerdere de strafheffing van 52% betalen. De strafheffing bij vervroegd pensioen komt bovenop de loonbelasting en premies die je moet inhouden en afdragen. De hoogte van de uitkering is gekoppeld aan de AOW-uitkering van de werknemer en omvat maximaal een periode van 36 maanden eindigend bij de AOW-leeftijd van de werknemer.