Turboliquidatie meestal niet probleemloos

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

In de praktijk werd er altijd al veel gebruik gemaakt van turboliquidatie, maar door de coronacrisis neemt het gebruik naar verwachting nog meer toe. Bij een turboliquidatie wordt een rechtspersoon die geen baten meer heeft door een besluit van de algemene vergadering ontbonden, waarbij deze meteen ophoudt te bestaan. Er vindt dus een ontbinding van de bv plaats zonder vereffening. Deze praktijk wordt alleen getolereerd wanneer er geen schulden of baten meer zijn. Zo’n turboliquidatie verloopt meestal niet probleemloos, mede omdat er in de praktijk nog weleens wat vrij mee omgesprongen wordt. Wat nu als achteraf blijkt dat er nog wel baten zijn? Of als een schuldeiser ontdekt dat de bv waar hij een vordering op heeft, is ontbonden?

Toch nog vermogen dan vereffening heropenen

Het komt regelmatig voor dat na ontbinding van een rechtspersoon (via turboliquidatie) blijkt dat deze op het moment van de ontbinding toch nog vermogensbestanddelen in eigendom had. Of dat er nog schulden waren. Dit levert problemen op als de vermogensbestanddelen te gelde gemaakt worden of overgedragen moeten worden. Voor de schuldeiser betekent het dat er geen verhaal meer is voor zijn vordering. Als er echter een goede grond voor is, is het mogelijk om de geliquideerde bv tijdelijk weer te laten ‘herleven’ om zo de vereffening te heropenen. Hiervoor moet een verzoek tot heropening van de vereffening worden gedaan bij de rechtbank. Het verzoekschrift moet worden ingediend door een advocaat. Door de tijdelijke opheffing wordt het dan mogelijk om de vordering alsnog te innen.

Schuldeisers binnenkort beter beschermd

Een turboliquidatie kan plaatsvinden zonder dat de schuldeisers dit weten. Er is echter een wetsvoorstel in de maak, die daarin verandering brengt. In de toekomst zal beter gemotiveerd moeten worden waarom dit type liquidatie noodzakelijk was. Ook moet de turboliquidatie algemeen bekend worden gemaakt en er moet een slotbalans worden opgesteld, inclusief een verklaring waaruit blijkt waarom er geen vermogen op de balans staat. Daarnaast moet duidelijker worden gecommuniceerd welke documenten ter inzage worden gelegd bij de Kamer van Koophandel. Op die manier verkrijgen schuldeisers sneller bericht en beter inzicht, zodat zij actie kunnen ondernemen.